VSO ’t Korhoen staat midden in de samenleving

VSO t Korhoen

In de keuken staat een groepje jongeren te koken, in de docentenkamer zijn enkele leerlingen in uniform bezig met hun interne stageactiviteiten en even verderop krijgt een zorggroep van vier leerlingen les van een docent en een ZIO’er: iemand van Zorg in Onderwijs. Op VSO ’t Korhoen is maatwerk een gegeven. Een school waar 145 jongeren tussen de 12-20 jaar met een verstandelijke beperking, een stoornis of een zeer belaste thuissituatie de rust, ruimte en aandacht krijgen die ze nodig hebben om uit te groeien tot volwaardige burgers van de maatschappij.

De school

Gemma Brinks is schoolleider van ’t Korhoen en helemaal op haar plek in deze school: ‘Om te beginnen is deze doelgroep fantastisch; ze zijn zo puur. We zetten hen echt in hun kracht en dat is enorm genieten. Verder bemannen we ’t Korhoen met 55 fijne professionals. Autonomie is gemeengoed: eenieder mag pionieren met een klas of een leerling als hij of zij daarvan de meerwaarde inziet. Ook voor de leerlingen is autonomie belangrijk. We besteden veel tijd aan burgerschap, zelfvertrouwen en zelfwaardering. Dat maakt dat ze kunnen uitgroeien tot volwaardige burgers.’

Het geen nee-principe

Op ’t Korhoen geven ze specialistisch onderwijs met een twist. Gemma legt uit: ‘We hebben klassen met homogene leeftijdsgroepen, maar elke klas bestaat uit een heterogene groep. Iemand met het Downsyndroom zit naast iemand met autisme en die zit weer naast een klasgenoot met een zware verstandelijke of andersoortige beperking. Dat vraagt om een specialistische aanpak en daar heb je scholing, feeling en passie voor nodig. Die passie is essentieel. Wij staan ’s morgens allemaal op met een glimlach: we mogen aan het werk!

Die twist zit ‘m in onze eigenwijze inslag. Wij zijn altijd op zoek naar wat wél kan. We noemen dat ook wel het geen nee-principe. Ook leerlingen die hier eigenlijk niet passen, maar waarbij het alternatief inhoudt dat ze hoogstwaarschijnlijk thuis komen te zitten, heten we welkom. We hebben dus geen kaders en hokjes aan de voorkant en ook niet aan de binnenkant. Heeft een leerling belang bij ons onderwijs? Dan doen we extra hard ons best om de toelatingsaanvraag goed te onderbouwen. In die zin zijn we aardig eigenwijs.’

Samen kom je verder

Naast de gewone klassen, kent ’t Korhoen twee zorggroepen en één maatwerkklas. Gemma: ‘In de zorggroepen draaien zorgprofessionals mee van Zorg in Onderwijs die maken dat wij alle focus kunnen leggen op het onderwijs. Ook buiten de school zoeken we de samenwerking op, bijvoorbeeld met ‘t Genseler. Ik vind het belangrijk dat leerlingen niet ‘vastzitten’ hier. Door samen te werken met ’t Genseler kunnen we leerlingen laten certificeren. En dat is slechts één voorbeeld. We vergroten zo de mogelijkheden en kansen voor en van onze leerlingen. Dat typeert ons. Deze school staat middenin de samenleving. Als SOTOG-school hebben we ook veel bestuuroverstijgend overleg met Attendiz en andere scholen. Elkaars expertise zien, waarderen en benutten brengt je altijd verder.’

Burgerschap: de wijde wereld in

‘Ónze kracht is burgerschap’, gaat Gemma verder, ‘een breed thema waarmee we mooie resultaten boeken. In tegenstelling tot veel vergelijkbare scholen houden we burgerschap niet klein en compact. Je moet met deze doelgroep juist de praktijk in, want daar komen ze straks ook. Naar het museum? Graag! Een museum is visueel en vaak interactief en dat sluit perfect aan op onze jongeren: leren door te doen en te ervaren is voor hen heel belangrijk. Het vergroot de alertheid en als ze alert zijn gaan ze leren. En in de bovenbouw gaan we met de leerlingen naar een Kamerdebat in de Tweede Kamer. Het is een onderdeel van onze cultuurreis naar Den Haag. De leerlingen maken daar eerst zelf een plan voor: hoe komen we in Den Haag, welke plekken willen we bezoeken, waar slapen we dan en wat gaat dat kosten. Dat plan presenteren ze aan mij. Op basis van mijn feedback passen ze het plan meestal nog iets aan. Eenmaal terug uit Den Haag, krijg ik een gave Powerpoint-presentatie van hun ervaringen. Zij krijgen voor dit hele project weliswaar ruim de tijd − een heel schooljaar − maar ze doen het wel. Ook buiten leren en letterlijk in beweging zijn is belangrijk. Zo verzorgen we met een groepje leerlingen wekelijks het groen in de Heemtuin. Natuurlijk, we besteden ook tijd en aandacht aan de gewone schoolse vakken, maar uiteindelijk is burgerschap belangrijker zodat ze zich straks weten te handhaven in de maatschappij. We zien nu bijvoorbeeld een duidelijk effect van de pandemie op onze jongeren. Het vele thuiszitten heeft ervoor gezorgd dat een uitje naar het zwembad bij sommigen voor paniek zorgt. We zijn dus nu weer aan het stretchen: een paar stappen terug en hen opnieuw laten ervaren: je kunt het wel.’