VO-functionarissen helpen PO-scholen bij kansrijk VO-advies

VO-functionarissen

Wanneer je als twaalfjarige de overstap maakt naar het VO, stap je vaak letterlijk de grote wijde wereld in. Helaas zijn er nogal wat leerlingen die stranden bij die overstap. De redenen daarvoor lopen uiteen: niet het juiste type school, toch niet het juiste niveau of niet de juiste begeleiding. Om het VO-advies zo passend mogelijk te krijgen, kunnen PO-scholen een beroep doen op een van de vier VO-functionarissen van ons Samenwerkingsverband. VO-leerlingen plukken daar de vruchten van, omdat een passend advies de kans vergroot op succeservaringen op het VO.

Wat moet ik me voorstellen bij een VO-functionaris?

De VO-functionarissen zijn sinds dit schooljaar actief. Samen met de steunpunten vervangen ze de commissies 10-14. Maar waar de route langs de commissies ‘opgelegd’ was, is het inschakelen van een VO-functionaris geheel vrijwillig. Een functionaris denkt met de groep 8-leerkracht, de intern begeleider, de ouders en de leerling mee over het vervolgonderwijs. De ene keer is een telefoongesprek voldoende, de andere keer sluit ze fysiek aan bij een gesprek met leerling en ouders. Ook belangrijk om te weten: de functionarissen vertegenwoordigen het VO in de regio 2302 in de volle breedte. Van PrO en het VSO tot en met het reguliere VO. Het inschakelen van een functionaris verloopt via het aanmeldformulier in Kindkans.

Een bundeling van kennis en kunde: Joyce, Janine, Inger en Ageeth

Ons Samenwerkingsverband telt vier VO-functionarissen: Joyce Zuiderent, Janine Meijer, Inger Roenhorst en Ageeth Tissing. Elk van hen brengt eigen kennis en ervaring in die ze wekelijks met elkaar delen. Joyce (Adjunct-directeur VSO van Panta Rhei) kent het speciaal onderwijs − van SO tot en met VSO − als haar broekzak. Janine (Teamleider ondersteuning van Het Stedelijk) weet goed de weg in het reguliere onderwijs, maar was ook werkzaam in het VSO en Teamleider bij Vakschool Het Diekman. Inger (Coach Educatie & Begeleider van het Bonhoeffer College Expertisecentrum) houdt zich dagelijks bezig met maatwerk voor leerlingen. En Ageeth (Psychodiagnostisch medewerker voor alle orthopedagogen van het Twents Carmel College) kent de locaties van TCC op haar duimpje. Ageeth is ook de secretaris van de VO-functionarissen.

Hoe zijn de eerste ervaringen?

Joyce vertelt: ‘Scholen hebben acht jaar lang via de commissie 10-14 gesprekken gevoerd en nu zijn wij er. Dat is even wennen. Toch hebben we dit schooljaar al 40 aanvragen ontvangen. Ik denk dat dit aantal toeneemt als meer leerkrachten weten dat wij er zijn. Zeker nu scholen zich steeds verder ontwikkelen in het bieden van Passend Onderwijs. Wij proberen het bruggetje te maken tussen aanbod en behoefte.’ Janine licht toe: ‘Bij sommige casussen is twijfel tussen VO en VSO. Dan verdiepen we ons eerst in de ondersteuningsbehoeften van deze leerling (o.a. via de drieperspectiefmeting). Op basis van de eigen ervaring en eventueel na het sparren met de anderen kom je met een advies. Bijvoorbeeld: wij denken aan het VSO, zoals het Neon College, maar mocht je niet kiezen voor VSO dan zijn er ook een aantal VO-scholen met een kleine setting die ook goed zouden kunnen passen. Omdat wij onafhankelijk zijn kunnen we heel objectief onze blik laten gaan over de situatie en advies geven.’

Wordt het advies altijd gelijk goed ontvangen? Joyce schudt haar hoofd: ‘Een keer stonden de ouders heel afwijzend tegenover het advies: ‘Dan ga je afpellen: waar komt die sterke mening vandaan? En dan blijkt soms dat het komt door één verhaal dat ze hebben gehoord op een verjaardag. Een andere keer was de PO-school niet bekend met een VSO-school die wij aanbevolen. Na een toelichting is de groep 8-leerkracht ook weer een stuk wijzer. En zo levert het altijd wat op. Dat komt ook omdat de insteek heel positief en constructief is. Dat vinden niet alleen wij, ook de ouders en de scholen benoemen dat.’

Heb je nog een voorbeeld?

‘Ja hoor’, reageert Inger: ‘School adviseerde een van haar leerlingen om naar het VSO te gaan. De jongen en zijn ouders dachten dat hij naar een reguliere havo-school kon. Dan zit je met een wat ongemakkelijke situatie. Ik adviseerde ouders en school om samen naar de havo-school te gaan en daar te kijken: zou dit passend voor hem zijn? De boodschap richting de ouders veranderde daarmee van een advies naar een verzoek om dit samen te onderzoeken. Wat bleek: eenmaal rondlopend op de havo-school en aanhorend wat daar van de leerlingen verwacht wordt, viel het kwartje. Hier zou de jongen niet op z’n plek zijn. Daardoor stonden ze ervoor open om te gaan kijken op een VSO-school.’

Oproep aan jou

Ageeth: ‘We willen graag dat meer VO-scholen weten dat wij ze graag willen bezoeken. Het helpt namelijk enorm bij het adviseren als we op de VO-school wat van de sfeer geproefd hebben en als ze kunnen uitleggen welke leerlingen ze goed kunnen bedienen en welke minder goed. Het is bovendien handig dat als we een casus willen bespreken met een VO-school dat we diegene al kennen. Daarnaast zijn er verschillende commissies PO-VO. We verwachten dat wij daar ook een rol in kunnen spelen waar we beide profijt van hebben. Uiteindelijk draait het om één ding: dat het advies dat we afgeven een kansrijk en realistisch advies is en leidt tot een schoolcarrière met voldoende succeservaringen op het VO.’