Twentse Carmel College Lyceumstraat: ‘Kennis is maar de helft’

Het Twents Carmel College (TCC) beslaat zes locaties. Drie daarvan zijn onderbouwlocaties: Denekamp, Losser en De Thij in Oldenzaal. Zij hebben een brede instroom van leerlingen in klas 1, van vmbo-basis tot vwo-extra. Op locatie Losser kunnen de leerlingen ook examen doen in het vmbo-gtl. De overige drie locaties zijn de bovenbouwlocatie voor het vmbo aan de Potskampstraat, het praktijkonderwijs aan de Leliestraat en de bovenbouwlocatie voor havo/vwo aan de Lyceumstraat. Bij die laatste stromen jaarlijks uit verschillende hoeken leerlingen in. Ook leerlingen van bijvoorbeeld vso Pantha Rhei uit Enschede weten de Lyceumstraat te vinden. Dat allemaal stroomlijnen is een flinke klus. Helemaal als je weet dat deze bovenbouwlocatie nog in opbouw is. ‘Maar er zijn hier korte lijntjes en de onderlinge verbindingen worden beter en beter. Daar ligt echt onze kracht.’
Blij mee: de begeleide werkplek
We zijn in gesprek met Nelleke Smeenk, adjunct-directeur met Passend Onderwijs en het ondersteuningsteam in haar portefeuille en Meriam Zwiers, ondersteuningscoördinator. Nelleke legt graag uit hoe de ondersteuning TCC-breed wordt opgepakt. ‘Qua ondersteuning staan alle locaties met elkaar in verband. Meriam heeft bijvoorbeeld haar eigen ondersteuningsteam, maar heeft daarnaast regelmatig contact met de andere locaties zodat voor ouders en leerlingen de overstap naar de bovenbouw één lijn doorgaande lijn is. Zo hebben bijna alle locaties een begeleide werkplek. De werkplek op onze locatie is vorig jaar opgezet. We zagen steeds meer leerlingen die vastliepen, vaak door overprikkeling. Het is voor hen heel prettig dat ze zich dan op de begeleide werkplek even kunnen terugtrekken. Daarmee voorkomen we dat ze naar huis gaan en bewaken we de schoolgang. Voor een leerling die deze voorziening al kent vanuit de onderbouw is het fijn dat ze wordt voortgezet in de bovenbouw.’
Corona-naweeën
‘Vooral leerlingen die het thuisonderwijs in de afgelopen jaren prettig vonden, hebben moeite’, verklaart Meriam. ‘Het verschil tussen thuis op je kamer zitten en op school zijn is groot. Ook de problematiek is zwaarder sinds corona. Sociale angsten, overprikkeling en depressieve gevoelens… het is niet meer een kwestie van twee, drie gesprekjes voeren en klaar. De trajecten zijn langduriger en intensiever. Dat betekent ook meer samenwerking en afstemming met externe professionals: wat doe jij en hoe dan en wat doen wij als school en hoe dan.’
Focus op preventie
‘Wat in elk geval helpt, is een warme overdracht voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte’, vervolgt Meriam. ‘Stel dat een leerling een angststoornis heeft en moeite heeft met veranderingen. Dan gaan we al voor het schooljaar start met hem of haar in gesprek, we maken een afspraak om een keer te komen kijken, en daarna nog een keer. Ook laten we zo’n leerling al kennismaken met de mentor. Dan heeft hij/zij al vóór de eerste schooldag begint een vertrouwd gezicht op school. We focussen erg op preventie; als coördinator stuur ik daar op.’
De bovenbouw op maat voor jou
De Lyceumstraat profileert zichzelf met de slogan “De bovenbouw op maat voor jou”. Hoe zit dat? Nelleke: ‘Ik denk dat we hier onderwijs kunnen bieden aan elk type leerling. Ze kunnen bijvoorbeeld kiezen uit talent- en verbredingsmodules, zoals Cambridge bij het vak Engels. Wil je iets doen met een talent als zang, muziek of musical? Dan kan dat ook. En we hebben een Big Band. Leerlingen van alle zes TCC-scholen kunnen zich daarvoor aanmelden. Ik vind het mooi dat we ze die gelegenheid kunnen geven. Tegelijkertijd bieden we ook modules Leren leren aan. Door corona hebben leerlingen gaten in hun ontwikkeling; ze moeten (opnieuw) leren structureren, plannen, studeren. Daar heeft de mentor natuurlijk een rol in, maar mocht het nodig zijn, dan kunnen leerlingen extra ondersteuning krijgen van een coach. Die helpt ze onder andere met het maken van een planning.’
Onze winstpakker
‘Of we een tip hebben voor andere scholen? Ik zou zeggen: creëer een begeleide werkplek in welke vorm dan ook; dat is echt een aanrader. Plus die warme overdracht. Dat levert zoveel op. Wat ook fantastisch werkt, is het sterk inzetten op de eerstelijns ondersteuning van de mentor richting leerling en ouders én dat die mentor zich ondersteund weet door andere geledingen.’ Meriam ziet daarin een mooie ontwikkeling ontstaan. ‘Je merkt dat de drempel om hulp te vragen steeds meer verdwijnt. Gelukkig maar! Iemand vragen om eens met je mee te kijken in de klas is namelijk zo’n eenvoudige manier om tips te krijgen. En heb je een leerling met slecht zicht in je klas, dan laten we iemand komen van Bartiméus. Die informeert niet alleen, maar laat de docent ook ervaren wat het is om zo slecht te zien. Dat draagt allemaal bij aan goed onderwijs.’
Wensenlijstje
‘Wat we graag verder willen optuigen is intervisie’, vervolgt Meriam. ‘Dat gebeurt nu nog te ad hoc. Met de zwaardere problematiek waarmee we te maken krijgen, valt daar wel winst te behalen. Ook met betrekking tot inclusiever onderwijs moeten we nog slagen maken. Sommige docenten zijn hierin nog handelingsverlegen. Intervisie kan dan helpen om te bespreken waar je tegenaan loopt en te horen hoe een ander dat oppakt.’
Groei zien is gaaf
‘Kortom: er valt nog genoeg te doen’, stelt Nelleke. ‘Maar als je in aanmerking neemt dat de leerlingstromen van twee locaties net zijn samengevoegd naar één onderbouw- en bovenbouwlocatie, dan zijn we op de goede weg. Daarin de groei zien met elkaar is echt gaaf. En wat ik erg mooi vind, is dat er ruimte is voor de cognitieve ontwikkeling, maar ook voor de persoonsvorming: hoe je in een groep staat en wat je talenten zijn. Kennis is maar de helft.’