Het nieuwe toezichtkader in een notendop

Toezichtkader-header_415x572_acf_cropped

Onlangs is het nieuwe Toezichtkader VO 2302 vastgesteld. Hierin staan de spelregels die gelden binnen ons Samenwerkingsverband. Het document is een logisch gevolg van de nieuwe governance-structuur. Die komt er in het kort op neer dat het bestuur nu is opgedeeld in tweeën: een uitvoerend deel en een toezichthoudend deel. Het uitvoerende deel ligt in handen van Roel Haverkort, onze directeur-bestuurder. Het toezichthoudende deel ligt bij de overige 11 leden van het bestuur.

Een stuk slagvaardiger

Sinds half maart is Johan Supèr voorzitter van het bestuur. Hij nam hierin het stokje over van Marjan Weekhout. Johan is blij met het nieuwe toezichtkader omdat ze het bestuur een stuk slagvaardiger maakt: ‘Voorheen kwamen veel uitvoeringsvragen op de bestuurlijke tafel terecht en mengde het bestuur zich soms zelfs in de dagelijkse gang van zaken. En met 12 man aan tafel, vinden we daar dan ook allemaal wel wat van. Met de komst van Roel Haverkort als directeur-bestuurder – en dus met de scheiding van uitvoering en toezicht – is dat veranderd. Het bestuur neemt meer afstand en dat kan ook omdat Roel best veel mandaat heeft om dingen uit te voeren. Hij hoeft dus niet steeds aan het bestuur te vragen of wij het ermee eens zijn.’

Plannen, voorleggen, uitvoeren en toetsen

In het nieuwe toezichtkader is die onderlinge taakverdeling nauwkeurig vastgelegd en staat beschreven hoe en waarop toezicht wordt gehouden. Johan: ‘Roel houdt zich bezig met projecten, heeft overleg met de scholen en presenteert daarnaast aan het bestuur de grote lijn: de begroting, het jaarplan, het ondersteuningsplan enzovoort. Het is vervolgens de taak van het toezichthoudend bestuur om goedkeuring te verlenen aan die documenten. Ook stellen we vooraf vast wat de beoogde resultaten zijn (kwalitatief en kwantitatief) en beoordelen achteraf in hoeverre deze resultaten ook daadwerkelijk zijn bereikt.’

Uiteindelijk draait het om de leerling

Johan stuurt al jaren Scholengroep Carmel Hengelo aan en weet als geen ander dat het natuurlijk uiteindelijk om de leerling draait. ‘In ons Samenwerkingsverband vinden we dat we binnen de scholen maatwerk moeten kunnen realiseren voor alle leerlingen, inclusief degenen die niet in het gemiddelde plaatje vallen. En dan gaat het niet alleen om maatwerk qua kennis en vaardigheden, maar ook op het vlak van begeleiding. Dat is een belangrijke pedagogische taak die we hebben. Makkelijk is dat niet; zeker niet in deze coronatijd waarin van docenten veel gevraagd wordt. Dat vraagt ook dat we als bestuur niet te snel moeten roepen: “Dit moet je ook nog doen”. Als bestuursvoorzitter wil je dan dat je als bestuur één geluid laat horen, waarna Roel dat in de praktijk handen en voeten gaat geven. Het is goed om te zien dat we daar gaandeweg steeds beter in slagen. We zijn dus op de goede weg.’