TBI - ROC van Twente: voor een soepele overgang naar het mbo

In de voormalige Gieterij van Stork lopen dagelijks zo’n 5000 studenten in en uit. Daarmee is de Hengelose vestiging van het ROC van Twente de grootste van alle Twentse locaties. Hier bevindt zich bovendien een van de teams van het Loopbaancentrum en het TBI: het Team Bijzondere Instroom. Het TBI is er voor die enkele honderden leerlingen die net wat meer aandacht nodig hebben bij de overstap naar het mbo. Denk jij mee met leerlingen of met hun mentoren over een passende vervolgopleiding in het mbo? Lees dan vooral verder.
Voorkomen van teleurstellingen
Het mbo telt vier niveaus. Voor toelating op niveau 2, 3 en 4 is een diploma verplicht. Betekent een diploma ook altijd een toelating? Manager van het Loopbaancentrum, Margo Gaemers, beantwoordt die vraag als volgt: ‘Het ROC van Twente levert maatwerk. Dus ja, er kan veel hier, maar we hanteren wel duidelijke kaders op basis van wetgeving en (instroom)beleid. Er moet een reële kans zijn op succes, anders wordt een jongere hier alleen maar erg ongelukkig.’ Haar collega José Lammersen knikt. Zij houdt zich vooral beleidsmatig bezig met de doorstroom van het vo/vso naar het mbo. ‘Je zou ons misschien beter TVT kunnen noemen: Team ter Voorkoming van Teleurstellingen.’
De winst
Margo en José zijn erg trots op hun ROC én op deze voorziening. ‘Soms horen we kritiek, dat het mbo studenten zou weigeren, maar we maken echt een zorgvuldige afweging of de gewenste opleiding passend is. En dat doen we altijd in het belang van de leerling. Het betekent ook dat we iemand niet loslaten. Samen met zorgcoördinatoren, ouders en de leerling bekijken we of er een passende opleiding is binnen ROC van Twente en – als er meer tijd nodig is – wat diegene in de tussentijd kan doen. Is die plek er niet, dan denken we mee over een passende oplossing buiten de school.’
De hobbels
José: ‘Ook in het reguliere voortgezet onderwijs zitten leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Het belangrijkste punt van aandacht is de beroepscomponent. Zo kan een jongere de maatschappelijke zorgopleiding misschien cognitief wel aan, maar zorgt een communicatieve beperking ervoor dat-ie toch niet geschikt is. Dan is een opleiding die opleidt voor een baan in een meer voorspelbare omgeving, waarin communicatie een kleinere rol speelt, het overwegen waard. En heb je TL, dan mag je naar niveau 4, maar misschien past niveau 3 beter. Want op niveau 4 moet je vaak ook leidinggeven. Dat hoeft op niveau 3 niet; daar werk je zelfstandig en eventueel samen met anderen aan je eigen werkzaamheden. Soms zit de beperking ‘m in de omgeving van de student en niet in de student zelf. Een scheiding, een verslaafde ouder, schulden… het vraagt veel van iemand om dan ook nog op school te functioneren op de toppen van je kunnen.’
Goede overdracht is cruciaal
Margo: ‘De soms intensieve maatwerkbegeleiding op het vmbo is na de zomervakantie op het mbo anders georganiseerd. Ook corona speelt nu een rol. We zien dat studenten meer dan ooit van opleiding switchen. De jeugd is minder intrinsiek gemotiveerd om naar school te gaan. Daar willen we wat mee.’ José licht toe: ‘Dat kan preventief door het als mentor niet te laten bij het doorstroomdossier, maar contact op te nemen met het TBI wanneer je je afvraagt of het met een van je leerlingen wel goedkomt op het mbo. Openheid is ook belangrijk. Sommige ouders en mentoren willen bepaalde informatie niet in het dossier hebben omdat ze willen dat hun kind of leerling met een schone lei begint. Maar dat werkt juist averechts. De loopbaanadviseur van Team Bijzonder Instroom komt met alle plezier op de VO-school om eens met z’n allen de situatie door te nemen.’ ‘Aan de andere kant valt er ook bij het mbo nog wat te winnen door het doorstroomdossier beter te gebruiken’, stelt Margo. ‘Het is een gezamenlijke taak waarbij we vertrouwen moeten hebben in elkaar. Uiteindelijk willen we allemaal dat iedere leerling een plek vindt waar hij tot z’n recht komt.
Dus stel:
- Je hebt een trajectklas met leerlingen die niet regulier mee kunnen komen maar wel een diploma gaan behalen. Breng deze klas dan onder de aandacht bij het TBI, want die leerlingen komen op het ROC in grotere klassen te zitten. Dat heeft extra aandacht nodig.
- Een van je leerlingen valt op vanwege verzuim of een complexe gezinssituatie. Dat komt als het goed is in het doorstroomdossier, maar als je als mentor nu al weet: die gaat straks niet komen, dan weet ROC van Twente dat graag. Wij kunnen dan gelijk ingrijpen als-ie wegblijft.’
Welke vragen stel je een puber die moet kiezen?
Margo: ‘Leerlingen helpen bij het maken van een schoolkeuze is een best pittige opgave. Hou je van omgaan met mensen? Dan klinkt de zorg aantrekkelijk, maar heb je ook het juiste beroepsbeeld? Weet je bijvoorbeeld dat kraamverzorgenden vooral bezig zijn met het huishouden zodat de moeder voor haar baby kan zorgen en weet je zeker dat je lichamelijk contact oké vindt? Poets maar eens de tanden van een klasgenoot, dat is al een goede indicatie. Ah, je houdt van sporten. Maar hoe lijkt het je om voor een klas te staan met twintig nukkige studenten die niet willen meedoen aan dat zeskamp dat je hebt georganiseerd. Lijkt ICT je leuk? We spelen hier geen spelletjes en het programmeren is echt voor de hogere niveaus. Heldere vragen en tegenargumenten, maar het puberbrein is er niet altijd ontvankelijk voor. Ga er maar aan staan! Daarom: benut het TBI.’
Meer weten?
of, maar deel je zorgen zodat vo en mbo samen kunnen optrekken richting kansengelijkheid. Zo werken we gezamenlijk naar maatwerk, binnen het ROC-beleid en de wet.’
Neem bij vragen over instroom bij een mbo-niveau 2, 3 of 4-opleiding contact op met: Marleen Gelink, loopbaanadviseur Team Bijzondere Instroom: mgelink@rocvantwente.nl, 06-55483381 of met tbi@rocvantwente.nl, 074-852 5111.