Een en al rust in de Taalklas van Eric Steffens

Wie op het Twents Carmel College binnenstapt bij de Taalklas wordt gelijk overvallen door een gevoel van rust. Alle leerlingen zijn aan het werk, sommigen overleggen zachtjes met elkaar over een rekensom en leerkracht slash mentor Eric Steffens legt ondertussen een taalopdracht uit aan een van zijn leerlingen. Die rust is grotendeels de verdienste van Eric, maar het zegt minstens zo veel over de wil en gedrevenheid van de leerlingen: jonge statushouders in de leeftijd van 11 t/m 14 jaar. Ondertussen gebeurt er achter de schermen ook veel dat daaraan bijdraagt. Hoe dat precies in elkaar steekt? We vragen het Eric, Muaffak, trainer en adviseur als het gaat om interculturele communicatie, en de leerlingen zelf.
Twee werelden in één
De leefwereld van de kinderen in de Taalklas verschilt enorm van die van de andere kinderen op het Twents Carmel College aan de Potskampstraat. Het zijn veelal tweedegeneratiekinderen. Thuis, bij hun familie heerst nog de vaderlandse cultuur. Daarbuiten, op school of bij de voetbalvereniging, gaat alles ‘op z’n Nederlands’. Het verschil tussen de twee culturen is vaak enorm, weet Muaffak. Ook hij kwam als jonge jongen met zijn ouders naar Nederland en weet hoe het is. ‘En dan had ik nog ouders die heel erg openstonden voor de Nederlandse cultuur. Dat is lang niet altijd het geval.’
Een warm bad
Toch zijn die verschillen niet onoverkomelijk, benadrukt Muaffak: ‘Het helpt al enorm als leerlingen – en hun ouders – merken dat jij weet wat hun culturele normen en waarden inhouden. Dat je bijvoorbeeld weet wat respect betekent in Soedan, in Syrië of in Eritrea. Die kennis, gecombineerd met de insteek en kennis van Eric en van onderwijsassistent Meryem Tunc maakt dat kinderen hier in een warm bad komen. Dat warme bad is heel belangrijk. Een collega van mij zegt altijd heel terecht: “Zonder relatie geen prestatie.” En zo is het. Die relatie bouw je op met kennis en vanuit veiligheid. Het succes van integratie heeft dan ook in eerste instantie te maken met de kwaliteit van de ontvangst. Daarna ontstaat de wil om zelf te investeren. Er is er niet één in deze klas waar het daaraan ontbroken heeft. Deze leerlingen zullen later allemaal zeggen: “Wat ben ik blij dat ik bij Eric zat, want die heeft me de juiste spirit gegeven.” Hier kunnen ze zijn wie ze zijn.’
Veiligheid, zelfstandigheid en taalbegrip
Eric haakt daarop aan: ‘We sluiten per leerling aan bij wat hij of zij nodig heeft. Het draait hier niet om cijfers, maar om het creëren van veiligheid, het bevorderen van zelfstandigheid en het verbeteren van het taalbegrip en leren kennen van de Nederlandse cultuur. Ook krijgen de leerlingen drama en elke dag één uur gym om zich vrijer te voelen. Ontwikkelt een leerling zich goed, dan worden er ook andere vakken aan hun lespakket toegevoegd. Tot die tijd hebben ze te maken met slechts enkele leerkrachten. Daarnaast komt Muaffak elke maandag in de Taalklas. Hij voert gesprekken met de leerlingen, heeft contact met hun ouders en we sparren wekelijks met elkaar.’ Als specialist interculturele communicatie en ervaringsdeskundige is Muaffak een goede aanvulling op de didactisch en pedagogisch sterke Eric. Want in eerste instantie is er de taalbarrière die ervoor zorgt dat niet goed te zien is wat een leerling kan. Daarbovenop komen de cultuurverschillen. En dan doet het weggaan uit je oude, vertrouwde omgeving ook altijd iets met je. Kom je uit een totaal ontwricht systeem, dan gebeurt er nog veel meer. Ook daarvoor is aandacht in de Taalklas.
Het effect
‘Tegelijkertijd maken we hen ook bewust van het feit dat er in ze geïnvesteerd wordt’, stelt Eric. ‘Daar mag best wat inzet tegenover staan en dat snappen ze heel goed. De bereidwilligheid is in deze klas heel hoog.’ Dat de leerlingen het naar hun zin hebben, staat als een paal boven water. De rust in de klas is daar een goed voorbeeld van. Ook de pauzes zijn een duidelijke indicator. Wanneer de bel voor de pauze klinkt, stromen meerdere oud-Taalklassers het lokaal binnen. Ze vinden het de meest fijne plek in de school. ‘Ik heb geen vrienden’, vertelt een van de leerlingen, ‘maar hij’, wijst hij naar zijn klasgenoot, ’komt ook uit Eritrea.’ Elk vrij moment spelen ze ‘tienen’, een kaartspelletje dat ze beiden kennen van vroeger. Hier, in deze ruimte van ongeveer 8×8 meter, vinden ze gelijkgestemden, een veilige omgeving, volwassenen die openstaan voor hun verhaal, gezelligheid én veel aandacht voor het vak waar ze het meest behoefte aan hebben: de Nederlandse taal. En zo ontwikkelen ze zich tot ze na enige tijd gewoon kunnen doorstromen naar een reguliere klas.
De Taalklas is een initiatief van de gemeente Oldenzaal. Dankzij de Taalklas kunnen jonge statushouders in hun eigen omgeving naar school.