Dit zijn de plannen voor komend schooljaar 2022/23

Plannen schooljaar 2022/23

Wie het nieuwe ondersteuningsplan heeft gelezen weet dat het vol mooie ambities staat. Die wensen en doelen zijn echter veelal nogal abstract omschreven. Vandaar dat eind september de meeste bestuurders en schoolleiders van ons Samenwerkingsverband de koppen bij elkaar staken in een poging het plan om te buigen naar een concreet verhaal. Nou zijn we natuurlijk nieuwsgierig: wat staat er in dat verhaal? Directeur-bestuurder Roel Haverkort vertelt.

Dus nu ligt er een lekker concreet plan?

‘Nou, nee. Want om maar gelijk iets uit de wereld te helpen: het overleg heeft nog niet geleid tot een concreet activiteitenlijstje. Zo werkt het helaas niet. Wel hebben we het ondersteuningsplan concreter gemaakt door een aantal hoofdlijnen vast te stellen en een verdeling gemaakt wie waarvoor aan de lat staat en wat we van diegene(n) verwachten.’

Om welke hoofdlijnen gaat het?

‘De eerste hoofdlijn is het op orde hebben van de basisondersteuning. Dat begint met goed in beeld brengen wat al goed werkt en welke kansen er liggen voor verbetering. Daarvoor gaan we visitaties afleggen. Ook heel wezenlijk is de tweede hoofdlijn: specialistische ondersteuning. Hoe zorgen we in onze regio voor een dekkend aanbod zodat het gros van de kinderen binnen hun eigen omgeving naar school kan? Deze lijn begint met het in kaart brengen van leerlingenstromen: hoeveel kinderen zitten waar, waar komen ze vandaan, wat is hun achtergrond en waar gaan ze heen? Zo willen we onder meer symbioseplekken realiseren. Dit zijn plekken waar regulier en speciaal onderwijs actief samenwerken. Een voorbeeld is dat kinderen die op het vso op de wip zitten al gaan meedraaien in het reguliere vo. Ook het uitwisselen van expertise tussen regulier en speciaal onderwijs hoort hierbij. En dan nog doen we het niet alleen. Daarvoor is de derde hoofdlijn nodig: het versterken van de samenwerking met de ketenpartners zoals de gemeenten en jeugdhulp. Beter passend onderwijs hangt ook samen met de vierde lijn: werken aan een duurzaam en sterk netwerk. We moeten het met elkaar doen, maar elkaar vinden, ervaringen delen en leren van elkaar is niet altijd een automatisme. Dat vergt dus nog extra inzet.’

Hoe ga je dat sterke netwerk realiseren?

‘We willen meer schooloverstijgend samenwerken om de sleutelpersonen binnen het Passend Onderwijs te voeden en te inspireren. Aan de hand van studiedagen, netwerkdagen en andere activiteiten gericht op professionalisering willen we onze onderwijsprofessionals beter uitrusten voor de uitdagingen die op hun pad komen. Er komt namelijk een beste uitdaging aan: inclusiever onderwijs. Zoiets boks je niet even in een jaar voor elkaar, maar één ding is zeker: die professionaliseringsslag gaan we organiseren en faciliteren.’

Welke afspraken zijn er nog meer gemaakt?

We willen budget vrijmaken voor innovatieve projecten, naast de verdeling van middelen zoals we dat nu doen. Het gaat dan om nieuwe ontwikkelingen die nodig zijn om Passend Onderwijs een boost te geven richting meer inclusief onderwijs. Verder richten we op verzoek van de overheid een Ouder & Jeugd Steunpunt in, buiten de school. We zijn nog in gesprek met onze ketenpartners over hoe dat er precies uit moet komen te zien en of we dat samen met andere samenwerkingsverbanden gaan oppakken. Ook gaan we nog nadrukkelijker aan de slag met thuiszitters: enerzijds gaat het dan om preventie en anderzijds om terugleiding naar school, waar mogelijk. Speciale aandacht hebben we hierbij voor de kinderen die een ontheffing hebben gekregen. Voor deze bijzondere groep zijn we nu aan het kijken of en wat we ermee kunnen doen.’

Dat is een heel lijstje

‘Inderdaad, maar dat is op zich niet nieuw. Handen en voeten geven aan Passend Onderwijs is altijd een langdurig proces. Ik fungeer vanuit mijn rol als de critical friend, de aanjager, de procesbegeleider. Samen met het bestuur en schoolleiders bekijken we als bureau of de activiteiten van de scholen aansluiten op de gezamenlijke ambities uit het ondersteuningsplan. Daarnaast wil de inspectie dat we beter kunnen aantonen waar scholen hun budget aan besteden. (Dat is overigens geen verrassing, want dat stond al in ons ondersteuningsplan.) Hiervoor komt een monitoringssysteem. De resultaten daarvan laten zien of we de goede dingen doen. Maar wat ik erg belangrijk vind is: laten we het daar vervolgens ook over hebben en leren van elkaar. Hoe ziet jouw ondersteuningsstructuur eruit, op welke facetten ligt de nadruk, wat is het effect daarvan? Wanneer we die informatie delen met elkaar, kom je samen verder. Dat is de rol van het Samenwerkingsverband: zorgen dat 1+1 uitkomt op 3.’

Wat is het meest lastige aan deze concretiseringsslag?

‘Passend Onderwijs is geen afvink-lijstje: doe dit en dit en het resultaat is dat. Het is een complexe samenhang van factoren, voorzieningen, kennis en kunde wat in z’n totaliteit moet leiden tot meer passend onderwijs. Zie het als een dashboard vol kleine knopjes met maar een beperkt aantal knopjes die je zekerheid geven over de gevolgen als je eraan draait. We verwachten wel dat data ons daarbij gaan helpen. Neem nou een indicator als het deelnamepercentage kinderen in het speciaal onderwijs. Als je inclusiever onderwijs wil, dan mag je verwachten dat er na verloop van tijd minder kinderen op het speciaal onderwijs terechtkomen. Is dat niet geval, dan is het lastig om een oorzaak aan te wijzen, maar cijfers vertellen je wel iets. Data worden steeds belangrijker, ook voor ons.’

Wat is volgens jou een belangrijke succesfactor?

‘We willen dit allemaal en dat is wezenlijk. Iedere school voelt de eigen verantwoordelijkheid en doet haar stinkende best voor elke leerling. Maar er ligt ook een maatschappelijke taak richting meer inclusiever onderwijs en dat is het spannende. Je wilt zo min mogelijk kinderen die in een busje naar een andere plaats moeten worden gereden. Je gunt hen dat ze met de buurkinderen naar de school op de hoek kunnen. Je wilt gelijke kansen voor iedereen. Maar we weten ook allemaal dat dat niet altijd even makkelijk is. Om maar iets te noemen: het gros van de docenten in het regulier onderwijs is niet opgeleid om leerlingen met een flinke hulpvraag onderwijs te geven. En je moet het maar kunnen: 25 leerlingen met verschillende gebruiksaanwijzingen in 50 minuten lestijd aan het leren krijgen op een manier die bij ieder individu past. Maar gelijke kansen zijn zo belangrijk voor het vinden van je plek in de samenleving. Daar moeten we ons best voor blijven doen.’