Op weg naar arbeid met Twents Vakcollege ’t Woolde

Vakcollege t Woolde

Het was de bedoeling een school te bouwen voor 140 leerlingen, maar dankzij een aanpassing in het ontwerp ontstond ruimte voor 30 meer. Zo gezegd, zo gedaan. En dat bleek een goede zet, want de teller op Twents Vakcollege ’t Woolde heeft inmiddels de 170 leerlingen aangetikt. Het gaat om jongeren tussen de 12-18 jaar uit de regio’s Oldenzaal, Almelo, Enschede en Hengelo. ‘Er is veel behoefte aan een arbeidsmarktgerichte opleiding voor leerlingen die het vmbo-stramien niet kunnen volgen’, verklaart schoolleider Sandy de Munck Mortier. ‘Leerlingen kunnen hier hun branchegerichte certificaat halen; daar hebben leerlingen die uit willen stromen naar de arbeidsmarkt vaak meer aan dan aan een entreeopleiding.’ Twents Vakcollege ’t Woolde is een school van Attendiz.

#trots

In het schoolgebouw aan de Bandoengstraat in Hengelo zijn drie schoollocaties van Attendiz samengebracht, namelijk: Tuindorp, Krabbenbosweg en Hassinkweg. Sandy: ‘Het doel daarvan was om een kwalitatief hoogwaardige, doorlopende leerlijn – van leerjaar 1 tot en met leerjaar 6 – te realiseren voor al onze leerlingen. Nu dat staat, ben ik niet alleen heel trots op het mooie nieuwe schoolgebouw, maar ook op het feit dat onze leerlingen zelf hebben meegeholpen aan de inrichting van de praktijklokalen en op de hoeveelheid passie waarmee ze het restaurant op onze school draaien. We krijgen over dat laatste enorm veel complimenten uit de buurt. Ik ben erg dankbaar dat Attendiz ons de kans heeft gegeven dit neer te zetten.’

Dat zijn wij

‘Wat typerend is voor onze school? Hier draait het vooral om het terugbrengen van schoolplezier bij onze leerlingen. Om het creëren van succeservaringen. Vooral zij-instromers komen hier vaak met faalervaringen binnen; ze hoorden jarenlang dat ze niet voldoen aan de norm. Ze weigeren dan bijvoorbeeld om nog in een theorieboek te kijken en willen alleen maar spitten in de tuin. De ruimte krijgen ze bij ons. Zijn ze eenmaal lekker bezig met groen, dan ontdekken ze gaandeweg dat als ze een stukje willen straten, het wel handig is dat ze weten hoe ze moeten berekenen hoeveel stenen ze nodig hebben. Op zo’n moment vinden ze de motivatie terug om te gaan rekenen. Dat is veel waard.’

Preventief bezig

‘Het is allemaal “voorwerk”, licht Sandy toe. ‘Je ziet dat terug in allerlei schoolfacetten: bij het weer laten leren van onze leerlingen, wanneer we een klassenuitje hebben en in onze onderwijsmethoden. Zo werken we hier met de methode Positive Behaviour Support (PBS). PBS houdt onder meer in dat we veel complimenten maken en goed gedrag stimuleren zoals rustig lopen in de gangen, goed toiletgebruik en geen capuchon op in de school. Die gedragsverwachtingen zie je overal in de school hangen en wij zijn daar, zeker aan het begin van elk schooljaar, heel actief mee bezig. En gaan we met de klas een dag op pad dan bespreken we uitgebreid met de leerlingen wat we van ze verwachten en wat we precies gaan doen. Leerlingen die echt niet mee willen gaan stagelopen of worden in een klas opgevangen; bij gedragsmoeilijke leerlingen vragen we soms of een ouder mee wil. Dat is het voordeel van een kleinschalige school. Omdat we onze leerlingen goed kennen, kunnen we dat soort afspraken maken. Al de preventiemaatregelen betalen zich echt uit. Er zijn hier relatief weinig incidenten.’

Handelingsvaardig team

‘Je hebt dan natuurlijk wel een team nodig dat weet wat te doen. Dat is een optelsom van karakter, ervaring en scholing. Lesgeven op onze school betekent heel veel investeren in je leerlingen. In de pauzes zijn wij bijvoorbeeld allemaal buiten op het schoolplein en knopen we gesprekjes met ze aan. Dan leer je ze kennen en kun je ze gemakkelijker aanspreken als het mis gaat. Daarnaast maken we dankbaar gebruik van de Attendiz Academie. Die zit bomvol cursussen op het gebied van autisme, gedragsproblemen, teamscholing en individuele scholing. Eigenlijk is het jammer dat alleen Attendiz-scholen daar gebruik van maken. Een methodiek als de ABC-methode en Geef me de 5 voor autistische jongeren – voordoen, nadoen en benoemen – is voor alle leerlingen goed.’

Passend onderwijs

‘Verder zijn we onderwijsinhoudelijk heel goed in staat om met name in de bovenbouw onderwijs op maat te bieden’, vervolgt Sandy. ‘Er is in de bovenbouw veel ruimte voor stage. Dat begint met begeleide interne stages die leiden tot begeleide externe en soms zelfs zelfstandige externe stages. Via de stage kun je leerlingen laten doen waar ze lol in hebben en goed in zijn. En als je inzet op de kwaliteiten van de leerlingen, krijg je veel terug, zowel van de leerlingen zelf als van hun ouders. Sommigen leerlingen behalen bij ons de entree-opleiding van het ROC en stromen door naar niveau 2. Andere leerlingen stromen direct uit naar arbeid. We horen regelmatig een leerling beweren dat onze school ‘zijn redding is geweest’. En als leerlingen jaren later nog een keer langskomen om vol trots te vertellen wat ze bereikt hebben, dan weet je dat het onderwijsprogramma hier op school echt werkt. Dat zijn hele waardevolle complimenten.’