Onderwijscentrum Het Roessingh zoekt en vindt verbinding, zelfredzaamheid en verrijking

Iedereen kent Onderwijscentrum Het Roessingh als dé plek voor leerlingen die intensieve ondersteuning nodig hebben vanwege een lichamelijke en/of verstandelijke handicap en/of langdurig zieke leerlingen. Een en al maatwerk dus en daarmee ook ‘een vak apart’. Maar hoewel het Onderwijscentrum op veel punten anders is dan andere scholen in de regio, onderneemt het centrum ook dingen die het afkijken waard zijn. Wat directeur Tessa Pierik betreft kan dat letterlijk: ‘De deuren staan hier open.’
Zeven scholen in één
Het Onderwijscentrum in Enschede herbergt maar liefst zeven scholen. Leerlingen van 4 tot 18 jaar met een lichamelijke of meervoudige handicap en/of langdurig zieke leerlingen krijgen hier les en werken aan hun zelfredzaamheid. Het Onderwijscentrum is ook uniek in de regio omdat zij alle uitstroombestemmingen bedient: van dagbesteding belevingsgericht tot en met het opleiden tot een havo-diploma. De zevende school is De Meander, een school met een eigen locatie langs de bosrand in Losser. Hier komen leerlingen die sociaal-emotioneel zeer kwetsbaar zijn en zeer intensieve ondersteuning nodig hebben. Tessa: ‘Zij hebben – zo jong als ze soms zijn – het nodig om tot rust te komen en een balans te vinden tussen inspanning en ontspanning. Dat kan daar heel goed. En hoewel we ons inzetten om ze te laten uitstromen naar een reguliere school, stromen ze vaak uit naar een fijne werk-dagbestedingsplek. En dat is ook goed.’
Van één naar meerdere perspectieven
‘Er wordt weleens gedacht dat we een ‘gehandicaptenschool’ zijn, maar dat is echt een downsizer. Ja, we hebben ook een stroom voor ernstig meervoudig beperkte kinderen, maar ook een reguliere basisschool voor leerlingen die rolstoelgebonden of langdurig ziek zijn. Die gemêleerdheid zorgt ervoor dat we een school zijn waar echt ieder kind terecht kan. Het betekent ook dat we ontzettend rekening moeten houden met zorgpartners; dat we kijken met een onderwijsbril én een medische bril. Wij zijn dan ook heel bewust een Eén Kind Eén Plan-school. Ouders hebben dan één gesprek met arts, revalidatiecentrum en school tegelijk. Dan besluiten we samen bijvoorbeeld om even iets minder therapie te doen als een leerling vlak voor zijn examen zit. Of juist iets intensiever therapie te volgen en minder les om een doorbraak te krijgen. Door een leerling vanuit meerdere perspectieven te bekijken verbetert het maatwerk merkbaar.’
Ga op zoek naar verbinding
‘Passend onderwijs zit ‘m ook in de verbinding met ‘buiten’. In de samenwerking met zorgcentra en Kinder Dag Centra (KDC), maar ook met andere scholen. Het gaat dan niet om het leerrendement, maar om de socialisatie die voor onze leerlingen heel belangrijk is. We hebben bijvoorbeeld docenten uit het reguliere VO die voor een aantal vakken bij ons komen. Dat is krachtig voor onze leerlingen en voor die van hen. Hiermee verrijken we onze perspectieven en dát levert winst op: hoe meer verschillende ogen wij gebruiken, hoe voller ons begrip zal zijn. Eenvoudig is dat niet altijd, omdat niet direct zichtbaar is wat de opbrengst is van een nieuwe verbinding. En toch: deel, maak verbinding en verrijk elkaar. Vraag gewoon: “Joh, hoe doe jij dat?” We hebben daar in de afgelopen jaren erg in geïnvesteerd en het leuke is dat iedereen dat begint te voelen. Onze collega’s bezoeken ook reguliere scholen in de omgeving. Dat is deels de omgeving van ‘onze’ kinderen, dus lijntjes leggen is echt belangrijk. Maar in mijn optiek geldt dat ook voor reguliere PO- en VO-scholen en voor andere (V)SO-scholen. Ik kan het je echt aanraden.’