Montessori College Twente, een school in beweging

Maria Montessori wist het al in 1898: leren doe je met hoofd, hart en handen en gaat het best als je de leerstof interessant vindt en als je uitgedaagd wordt. Leren is niet alleen kennis opdoen, maar ook sociale en praktische vaardigheden ontwikkelen, samenwerken, je creativiteit stimuleren en ideeën ten uitvoer brengen. En dan is directeur Jan Schmitz van het Montessori College Twente in Hengelo óók nog een fervent voorstander van ‘in beweging blijven’. Dat klinkt goed, maar hoe ziet al die diversiteit en dynamiek eruit op een school voor mavo, havo en vwo met bijna 1400 leerlingen?
Stilstaan is geen optie
Talenknobbels kunnen naar het junior TTO of Cambridge Advanced English, Diplôme d’Etudes en Langue Française, en Goethe–Duits volgen. Praters – of juist niet – zijn van harte welkom in de debatklas en ben je visueel ingesteld, dan meld je je aan voor het foto- en videoteam van de school. ‘We hebben daarnaast de Wereldklas voor de onderbouw en als je wilt, kun je examen doen in muziek, tekenen en/of sport (BSM of LO2)’, vertelt Jan Schmitz. ‘Meer diversiteit in het basisprogramma is in ontwikkeling; je moet als school in beweging blijven. Het onderwijs loopt sowieso achter op de maatschappij. Stilstaan is wat mij betreft echt geen optie.
De Pippi Langkous-gedachte
Waar we goed in zijn? We zeggen niet snel Nee tegen een leerling die bij ons les wil volgen. Zo klopte er vier jaar geleden een jongen aan met nog maar 5% zicht en dat werd minder. Wij denken dan: dat kunnen we wel, ook al hebben we het nog nooit gedaan. We haalden drempels weg, maar we organiseerden ook goede begeleiding. Inmiddels ziet hij bijna niks meer, maar hij doet dit jaar gewoon examen. En dat is dan een opvallend voorbeeld. Er is een hele club met leerlingen die op het eerste gezicht niet direct de aandacht trekken, maar wel een bepaalde problematiek met zich meedragen. We bekijken dan per leerling hoe we het zo kunnen organiseren dat diegene zich redt. Iedereen heeft recht op een kans; die gedachte leeft heel erg binnen de schoolleiding en bij de docenten. Die visie vindt steun in het feit dat we een school zijn met relatief weinig regels en standaardoplossingen. Er wordt erg naar het individu gekeken: hoe gaan we deze specifieke situatie oplossen. En lukt het dan alsnog niet, dan hoef je als school en als leerling nooit te denken: had ik maar… De enige voorwaarde is dat er een realistische kans op succes is.’
Licht gepersonaliseerd onderwijs
Op dit moment zijn we aan het onderzoeken hoe we nog meer een Montessorischool kunnen worden. We willen dat leerlingen meer inbreng krijgen in hun eigen leerproces. Een voorbeeld: normaal gesproken krijg je drie uur wiskunde per week. Maar als je goed bent in wiskunde, dan heb je aan twee lesuren per week voldoende. Het derde uur kun je dan beter gebruiken voor een vak dat je minder beheerst. Leerlingen die snel en gemakkelijk leren, kunnen dan gebruik maken van een verbredingsaanbod. Je kan het zien als licht gepersonaliseerd onderwijs met een minimumaantal lesuren per vak, ruimte om extra vakuren naar keuze te volgen plus tot wel zes begeleidingsuren per week. In zo’n begeleidingsuur kan bijvoorbeeld aandacht zijn voor leesvaardigheid als een aantal leerlingen dit lastig vindt. Maar een leerling kan ook individueel aan het werk met opdrachten voor een vak waar hij nog vragen over heeft. Dat betekent ook iets voor de docenten. Zij moeten hun lessen daarop inrichten en vertrouwen hebben in de leerling. Maar we zijn een paar jaar geleden deze weg samen ingeslagen. Zij staan hier volledig achter.’
Lekker in je vel
Passend onderwijs gaat ook over preventief de juiste stappen nemen zodat leerlingen lekker in hun vel zitten en blijven zitten. ‘Zo hebben we op school een time-out-ruimte met toezicht. Leerlingen die daarvoor in aanmerking komen, krijgen een time-out-kaart. De leerling mag dan zelf zeggen: het wordt me even te veel in de klas. Hij kan dan even afkoelen en zo voorkomen dat zijn gedrag escaleert. Het werkt ook echt. Na een time-out keert diegene gewoon terug in de les. Een tweede voorziening is Thuiswerken op school. Leerlingen kunnen vier dagen per week, na schooltijd, begeleid huiswerk maken zonder extra kosten. Daar zit een docent bij. We werken ernaar toe dat er elke dag een andere vakdocent zit, zodat je als leerling kunt intekenen op dagen dat de docent van je moeilijkste vak er is.
Verder hebben we een coming out-coach. Leerlingen kunnen hier terecht en in een groepje ervaringen uitwisselen en/of een-op-een begeleid worden: wat is je identiteit, hoe ga je daarmee om, hoe ga je het vertellen of wil je het liever niet vertellen? Een positieve ontwikkeling, geïnitieerd door een van onze docenten en actief opgepakt door de leerlingenraad. Ik vind sowieso dat we hier een aangenaam leefklimaat hebben. Natuurlijk zijn er altijd leerlingen waarbij het niet goed loopt. Die willen meer structuur of gedijen beter in een kleinere klas. En we lopen, net als andere scholen, aan tegen thema’s als digitaal pesten. Maar overall denk ik dat we het goed doen. Dat krijgen we ook terug van de leerlingen. Eentje zei het mooi: “Als je dan toch naar school moet, dan kun je maar het beste op het Montessori zitten.” Nou, daar word ik wel blij van.’