Over lerende organisaties gesproken: een kijkje in de keuken van TCC De Thij

Twents Carmel College De Thij in Oldenzaal bestaat al zo’n 50 jaar. Toch zou je de school nieuw kunnen noemen. Vanaf vorig schooljaar worden de schoolbanken van De Thij namelijk uitsluitend nog bezet door 12-, 13- en 14-jarige vmbo’ers, havisten en vwo’ers. Derdejaars stromen uit naar een van de andere VO-scholen in Oldenzaal.
Aan het roer van deze onderbouwlocatie staat Javier Castilla Martin die enorm geniet van alle veranderingen die zich binnen de schoolmuren voltrekken. ‘Ik hou ervan om samen met mensen iets te creëren en op deze school, waar alles op de schop ging, kon dat. Dus toen ik hier voor het eerst binnenstapte, in mei 2022, hoopte ik collega’s te treffen met eenzelfde mindset. En die hadden ze. Toegegeven, voor de meesten van ons is het nog zoeken, maar dat geeft niet, want aan inzet ontbreekt het hier niemand.’
4 culturen, 1 gemene deler: noaberschap
Op het moment dat de leerlingenstromen in Oldenzaal wijzigden, kwam ook een wisseling van teamleden op gang. Op de Thij ontstond een smeltkroes van vier culturen: die van De Thij, de Lyceumstraat en de Potskampstraat en die van nieuwe sollicitanten. Javier: ‘Dan rijst de vraag: wie zijn wij met elkaar en hoe geven we daar betekenis aan? Al vrij snel werd duidelijk dat we dat samen willen uitvogelen vanuit nieuwsgierigheid en met een gezonde dosis humor en begrip naar elkaar. Als ik de sfeer en stemming op De Thij zou moeten vangen in één woord, dan zou ik zeggen: noaberschap.’
‘Iedereen geeft op zijn eigen manier betekenis aan het klimaat binnen deze school’, gaat Javier verder, ‘en daarover zijn we continu met elkaar in gesprek, want we leren in het onbekende. Is er wrijving, dan is het de kunst om dat met elkaar te bespreken. We willen lering kunnen trekken uit een situatie zodat die zich niet herhaalt. En minstens zo belangrijk: als wij dit niet kunnen, dan kunnen we dit gedrag ook niet stimuleren in de klas.’
Verschillen normaliseren
Vragend naar zijn onderwijsvisie reageert Javier: ‘We willen op De Thij een omgeving creëren waarin verschillen normaal zijn. De blik moet breed. Als we een smal beeld hebben van wat normaal gedrag is in een klas, dan heeft in no time bijna iedereen een probleem. Ik ben er bovendien van overtuigd dat we onze ondersteuning meer moeten richten op de pedagogische relatie tussen docenten en leerlingen in hun context en niet alleen op de individuele behoeften van de leerling. Wanneer een docent contextgerichter wordt of wanneer we ons richten op de klas als geheel, heeft de hele groep (en daarmee ook de individuele leerling) daar baat bij. Want ook al hebben we time outs en andere maatwerkvoorzieningen, het mooiste is als we leerlingen in de klas kunnen houden. Je zou me een idealist kunnen noemen, maar ik ben ook een realist. Dit is er eentje van de lange adem, maar nu is het moment.’
Lef hebben en snel schakelen
‘Sommige veranderingen kunnen daarentegen heel snel gaan. Als leiding wilden we afwachten wat de overheid zou doen met betrekking tot de telefoon uit de klas. Maar de Werkgroep Pedagogisch Klimaat zei: geef ons ruimte en vertrouwen en we gaan ermee aan de slag. Binnen 6 weken was het geregeld en met ingang van dit schooljaar zitten onze leerlingen telefoonloos in de klas. En wat denk je: er is totaal geen weerstand. Niet van ouders en eigenlijk ook niet van leerlingen. De Werkgroep heeft alle betrokkenen tijdig aangehaakt en de juiste stappen genomen. Daar hebben wij ook weer van geleerd. Als schoolleiding willen we dingen graag zorgvuldig aanvliegen, maar soms moet je lef hebben en gáán. Het moment pakken als het zich voordoet. En was het mislukt, dan hadden we daar alsnog veel uitgehaald in de zin van: waar zat het ‘m in en hoe pakken we het de volgende keer beter aan? Maar de grootste winst is die telefoon uit de klas. We hebben ineens heel veel ruimte om het sociale contact tussen leerlingen, docenten en ander ondersteunend personeel te oefenen.’
Investeren in de relatie
‘Je moet niet vergeten dat De Thij een speelse omgeving is’, vervolgt Javier. Hij legt uit: ‘We hebben hier 1000 leerlingen in een levensfase vol energie en nieuwsgierigheid. Om die energie te kanaliseren hebben we op De Thij relatief veel spelmateriaal voor in de pauze en een voetbaltafel. Maar in de klas leidt die energie al snel tot gedrag waarvan je denkt: hier moeten we wat mee. Dat betekent uiteraard iets voor de werkvormen, maar je moet ook willen investeren in de relatie met je leerlingen. Ze begroeten aan het begin van de klas, vragen hoe de wedstrijd tegen Achilles is gegaan, dat soort dingen. Sinds januari beschikt De Thij bovendien over twee fulltime “jongerenwerkers”. Deze twee jonge mensen houden zich bezig met wat zich op school buiten de klas afspeelt. Zij zijn hier vanuit de werkdrukregeling van de overheid en op verzoek van onze docenten. Het idee is dat als we óók investeren in de groepsdynamiek buiten de klas dat dit een positief effect zal hebben ín de klas en de werkdruk bij onze docenten zal afnemen. Het ziet er veelbelovend uit.’