Geen enkel jaar is hetzelfde op Het Stedelijk Innova: ‘We blijven ons ontwikkelen’

Innova Enschede

In 2013 begon Wilma ter Riet aan de rand van Enschede een school volgens de visie van Kunskapsskolan: elke leerling leren de uitdagingen van vandaag te beheersen en de wereld van morgen vorm te geven. Twee jaar later sloot Jonne Distel zich als ondersteuningsdocent aan; het jaar erop haakte ook directeur Ron Löbker aan en was gelijk verkocht: ‘Als je kijkt hoe de maatschappij in elkaar zit en zich ontwikkelt, dan kom je niet meer weg met klassikaal onderwijs. Je hebt maatwerk nodig. Dat is mijn drijfveer. En hoewel we geen officiële Kunskapsskolan-school zijn, gebruiken we hun systematiek nog steeds: voor coaching, voor het bepalen van de kwaliteitsgebieden en voor het zo laag mogelijk neerleggen van verantwoordelijkheden. Leerlingen krijgen hier gepersonaliseerd onderwijs.’

De jeugd en de maatschappij vragen erom

Met Ron nog steeds als directeur en Jonne inmiddels als teamleider ondersteuning is het Innova flink gegroeid en die groei blijft doorzetten. Ron: ‘Lange tijd dachten ouders dat we een school waren voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte omdat wij onze ondersteuningsstructuur zo strak voor elkaar hebben. Ondertussen weet iedereen gelukkig dat wij er zijn voor elke leerling.’ En dat blijkt wel. Sinds begin dit schooljaar zit het Stedelijk Innova in een nieuw gebouw dat helemaal is ingericht voor dit type onderwijs. Het idee was een ruim jasje te creëren om groei in de komende jaren op te vangen. Maar begin volgend jaar kent de school al het maximale aantal leerlingen. ‘Ik hoop dan ook dat meer scholen zich in deze richting gaan ombuigen. De jeugd én de maatschappij vragen erom’, stelt Ron.

Gepersonaliseerd onderwijs, hoe ziet dat eruit?

Jonne: ‘Wij staan hier voor het leerpotentieel van de leerling. Het gaat dan om de ontwikkeling van het hele brein. Jezelf leren kennen, kritisch naar jezelf en naar de maatschappij kunnen kijken: wanneer we daar aandacht voor hebben, ontwikkel je je anders. Iedereen heeft bovendien zijn eigen leerstrategie en leerstijl. Als een mavo-leerling in de derde al met twee vingers in de neus Engels examen kan doen, dan kan hij/zij bij ons Engels op havo-niveau volgen. Gaat wiskunde wat lastiger, dan roosteren we daar extra uren voor in.’

Leerling in beeld

Ron: ‘Ik ken geen school die elke leerling zo goed in beeld heeft als wij. Vanuit die kennis zetten we alle middelen in om zijn/haar ontwikkeling te stimuleren. Om inzicht te krijgen in iemands ontwikkelpotentieel gebruiken we een signaleringslijst. En ja, daar staat ook de Cito-score op, maar veel belangrijker zijn de persoonskenmerken, de executieve vaardigheden, de omgevingsfactoren en de sociaal-emotionele ontwikkeling. De coaches vervullen vervolgens een cruciale rol in het stimuleren van de leerlingen. Onze coaches zien hun leerlingen iedere dag en spreken elke leerling daarnaast minstens 15 minuten per week. Het resultaat van onze aanpak: wij hebben een opstroomscore van 28% die enorm afwijkt van de landelijke tendens die laat zien dat 48% van de leerlingen in een dakpanklas, uitstroomt op het laagste niveau. Ik durf wel te zeggen dat het verschil ligt in onze optimale begeleiding. Van de afgelopen drie lichtingen slaagde 100%. Dat kan alleen als je alle facetten van je onderwijs op orde hebt.’

De praktische inrichting

Lesdagen duren op Het Stedelijk Innova van 08.30-15.15 uur; er is geen lesuitval en er zijn geen tussenuren. Klassen starten samen met hun coach gezamenlijk de dag en sluiten die ook gezamenlijk af waarbij gereflecteerd wordt op de afgelopen dag. Ook opvallend: er zijn slechts drie schoolregels: er wordt niet gegeten en gedronken tijdens de les, er mogen geen jassen in de klas en er geldt een telefoonverbod. Jonne verklaart: ‘We zijn in allerlei landen en scholen wezen kijken naar wat wel en wat niet werkt in het onderwijs. Op scholen waar telefoons verboden waren, heerste een totaal andere dynamiek dan op scholen met een telefoongedoogbeleid. Leerlingen ervaarden een hogere sociale veiligheid, hadden meer focus in de lessen en boekten betere resultaten. Ook was het gevoel van saamhorigheid groter, net als de onderlinge interactie. Dat wilden wij ook. Daarom hebben we genoeg voorzieningen om je mee te vermaken, zoals een multicourt, tafeltennistafels, tafelvoetbaltafels en schaakspellen. Ook op het kerstgala staan we bij de ingang klaar met de bakken: inleveren maar. Dat geeft de eerste acht minuten wat gesteggel, maar daarna heeft iedereen lol met elkaar en wordt er gefeest.’

Een paar docenten sputterden tegen: “We moeten ze wel leren met die telefoon om te gaan.” Daarom hebben we ook lessen social media waarin ze wel hun telefoon mogen gebruiken. Dan mogen ze tiktokken en snapchatten wat ze maar willen en daar voeren we dan het gesprek over.’

Juniq-u

Op Het Stedelijk Innova is overigens ook een voorziening voor degenen die meer ondersteuning nodig hebben: Juniq-u. Het gaat dan om leerlingen met internaliserende gedragsproblematiek; veel van hen zijn hoogbegaafd. Juniq-u (spreek uit als het Engelse unique) telt maximaal 16 leerlingen en heeft twee ondersteuningsdocenten plus een teamleider om de leerlingen te begeleiden. Vanuit hun ‘thuiskamer’ gaan ze naar de lessen of een docent komt naar hen toe. De meeste van deze leerlingen doorlopen de hele schoolperiode daar. ‘We hebben wel leerlingen gehad die hier binnenkwamen op 14-/15-jarige leeftijd en nog nooit voortgezet onderwijs hadden gevolgd’, vertelt Ron. ‘Die lieten we in twee jaar tijd een mavo-diploma halen. Qua IQ had dat ook een havo-diploma kunnen zijn, maar het belangrijkste is dat ze weer in beweging zijn gekomen. Ze maken bovendien als reguliere leerlingen deel uit van onze school. Ook dat is belangrijk voor ze.’

Blijvend in ontwikkeling

‘De ontwikkeling van gepersonaliseerd onderwijs is nooit klaar, dus we blijven evolueren’, stelt Ron. ‘Ik ben straks 7 jaar directeur hier, maar elk jaar verbeteren we iets. Zo is onze dagindeling nu als volgt: leerlingen beginnen hun dag met een dagstart door de coach, eventueel in combinatie met een coachgesprek. Daarna volgen ze vakken in collegezalen, in een leslokaal of op het domein. Aan het eind van de dag is er een dagafsluiting met de coach. Aan het begin van dit schooljaar werd de dagstart verzorgd door een docent, maar vanaf februari doet de coach dat. En volgend jaar verandert er opnieuw iets. In het domein zijn altijd vakdocenten en onderwijsassistenten aanwezig voor begeleiding. Dit jaar hebben we de domeinen ingericht per leerjaar, volgend jaar gaan we de domeinen inrichten op alfa-, bèta- en gamma-vakken. Je hebt dan per domein leerlingen die met eenzelfde type vak bezig zijn. We gaan kijken of dat beter werkt. Wat de leerlingen van die veranderingen vinden? Voor we iets wijzigen, praten we erover, met het team én met de leerlingen: waar lopen we tegenaan, wat gaat niet goed, wat kunnen we daaraan doen? Dus wanneer we zo’n verandering werkelijk doorvoeren, levert dat geen enkele deining op.’