Erve Olde Meule

Erve Olde Meule

In het buurtschap Oele, aan het eind van de klinkerweg staat tussen het groen een boerderij. Aan de linkerkant staat een stal en ligt een moestuin, erachter kabbelt een beekje. Je zou het niet zeggen, maar op deze plek volgen leerlingen tussen de 12 en 20 jaar onderwijs. Dit is Erve Olde Meule, een school voor voortgezet speciaal onderwijs voor leerlingen met complexe psychiatrische problematiek. Erve Olde Meule is een school van Attendiz en biedt de arbeidsgerichte leerroute aan.

Vijf jongeren zijn met de paarden in de buitenbak in de weer. Drie anderen maken op de oude deel in stilte hun leerwerk aan een lange houten tafel. Tenminste, twee van hen zijn aan het werk, de derde zit op zijn telefoon. ‘Wat denk je, gaat het boek nog open vandaag?’, vraagt de leerkracht. ‘Misschien’, antwoordt de jongen. De nieuwsgierigheid is gewekt. Hoe steekt het onderwijs hier in elkaar? We vragen het directeur Thyrza Hylkema en adjunct-directeur Heleen Oude Lansink.

Om te beginnen: hoe is Erve Olde Meule hier ontstaan?

Thyrza: ‘Ik ben begonnen als orthopedagoog bij De Kapstok. Van daaruit zijn we hier een leerwerktraject voor Groen en Dier gestart. We begonnen met één leerling en inmiddels zijn het er 91 verspreid over drie locaties. Erve Olde Meule heeft zich door de doelgroep ontwikkeld tot een tweedelijnsvoorziening van Attendiz. De hulpvraag van deze leerlingen is dusdanig complex, dat zij niet langer in staat zijn om zich staande te houden binnen een ‘standaardklas’ in het voortgezet (speciaal) onderwijs. Om te voorkomen dat de leerling uitvalt of thuis komt te zitten, of om ervoor te zorgen dat thuiszittende leerlingen weer terugkeren naar school, is er Erve Olde Meule. Inmiddels is onze voorziening zo groot en is de hulpvraag zo intensief dat ik directeur ben en Heleen sinds dit schooljaar adjunct-directeur is.’

Hoe steekt het onderwijs hier praktisch in elkaar?

‘Een schooldag duurt van 08.30 tot 14.15 uur’, legt Thyrza uit. ‘In die tijd zijn er drie lesblokken met daartussen een pauze. We proberen in ieders rooster een balans te vinden tussen praktijk en theorie. Voorbeelden van lesblokken zijn: rekenen, Nederlands, Engels, paardrijden & longeren, techniek, sport en bewegen, creatief en computervaardigheden. Ook kunnen de jongeren vanuit hier begeleide externe stages lopen bij onder meer De Opstap.’

‘Blok 2 is veruit het drukste blok; dan zijn de meeste leerlingen aanwezig’, gaat Heleen verder. ‘Een groot deel van onze leerlingen heeft namelijk verkorting van de onderwijstijd en is daarom een deel van de lesdag aanwezig. Onze leerlingen bouwen hun onderwijstijd langzaam op. Je moet je voorstellen dat als je een jaar thuis hebt gezeten, opstaan, je spullen pakken en hiernaartoe komen al heel wat is. Uiteindelijk stromen onze leerlingen uit naar dagbesteding, (beschut) werk of via de entreeopleiding − die we in samenwerking met het mbo verzorgen − naar niveau 2 tot en met 4 van het ROC of Zone College.’

En de pedagogische kant? Hoe zit dat bijvoorbeeld met die leerling met zijn telefoon?

‘De belastbaarheid van deze jongeren is laag. Waar wij een werkgeheugen hebben waar zeven dingen in opgeslagen kunnen worden, zit hun werkgeheugen vol bij vier dingen. Daar houden we rekening mee. Maar ook deze jongeren zijn leerbaar, en als ze grip krijgen op hun problematiek, groeit hun belastbaarheid. We werken daarom met werkniveaus 0 tot en met 5 die richting geven aan ons handelen. Op basis van iemands werkniveau en belastbaarheid spreken we hem of haar aan op zijn werkhouding. Om terug te komen op die jongen: in dit geval probeerde de leerkracht hem over te halen aan het werk te gaan, maar ze sluit daarbij wel aan bij zijn kunnen en zijn behoeften. Stel dat je autisme hebt en het even op je telefoon zitten voor jou een fijne manier is om je even te onttrekken van de prikkels om je heen en je weer op te laden, dan respecteren we dat.’

Kun je dat ‘aansluiten bij de leerling’ verder toelichten?

‘We voorkomen zoveel mogelijk de machtsstrijd, bekrachtigen gewenst gedrag maximaal en zorgen voor veel succeservaringen. Hierdoor gaan leerlingen groeien’, stelt Heleen. ‘Daarnaast registreren we alles: hoeveel iemand werkt, hoe lang hij/zij op z’n telefoon zit, hoe vaak hij/zij tussentijds overstapt naar een ander blok. We gaan veelvuldig met de leerlingen in gesprek om ze bewust te maken van hun gedrag en inzicht te geven in oorzaak en gevolg. Met de één voer je 1x per maand zo’n gesprek, met de ander wel 3x per dag.’

Het is de missie van Attendiz om leerlingen te helpen zichzelf te waarderen en zo de weg naar leren te ontdekken. Als je in jezelf gelooft, kun je meer. Alles, ook leren, gaat gemakkelijker wanneer je positiever naar jezelf kijkt. Thyrza: ‘Een van onze krachten is coaching on the job. Wanneer er een probleem ontstaat in de werk- of leersituatie gaan we met leerlingen in gesprek. We doen dat altijd met een A4 en een setje stiften om het gesprek te visualiseren. Het uittekenen van het gesprek helpt enorm bij het overbrengen van de boodschap en het wederzijds begrip. We zijn ons ook heel bewust van ons taalgebruik. Die is altijd positief en geweldloos, niet dwingend. Deze leerlingen zijn namelijk niet te dwingen, maar je kan ze wél sturen. Dat sturen, daar is taal een sterk hulpmiddel bij. Hierbij laten we ons begeleiden door klinisch neuropsycholoog Hugo Bijsterbosch die ons ondersteunt bij het verbeteren van onze deskundigheid. Is een leerling bijvoorbeeld agressief, dan begin je met een compliment: “Wat goed dat jij laat zien dat het niet goed met je gaat”. Op zo’n moment laat je zien dat je respecteert hoe de leerling zich voelt en dat je hem ziet. Uiteindelijk moet deze aanpak en alle gesprekken die we voeren met de leerling ertoe leiden dat hij grip krijgt. De ervaring leert dat leerlingen veel kunnen bereiken en dat ze positiever en meer tevreden in het leven komen te staan. Afgelopen week hebben we bijvoorbeeld met 40 jongeren een sportdag gehad die werd georganiseerd door een oud-leerling van ons. Zij durfde hier in het begin nergens alleen naartoe. Nu doet ze examen op het ROC en moest daarvoor deze sportdag organiseren. Hoe mooi is dat?’

Hoe zou je de kern van jullie onderwijs omschrijven?

Heleen: ‘We luisteren op Erve Olde Meule heel goed naar de leerlingen en hun ouders. Daarin zijn we heel zorgvuldig. Zo kwam er pas op maandag een nieuwe leerling binnen met zijn moeder. De leerkracht keek naar de leerling en vroeg: “Hoe was je weekend?” Moeder vertelde dat haar zoon slecht geslapen had vanwege de spanning voor deze eerste schooldag. Het was de jongen aan te zien; hij stond er onrustig bij. Ze praatten nog even verder, waarna de leerkracht in overleg met de leerling en moeder besloot dat alleen de kennismaking voor die dag voldoende was en de leerling de volgende dag echt zou beginnen. Het resultaat hiervan was een goede start. Wij letten heel goed op de signalen die we krijgen en zijn creatief in ons handelen. Op de lange termijn betaalt zich dat dubbel en dwars uit. En dat combineren we met het voeren van veel coachende gesprekken en met bewust taalgebruik.’ Thyrza vult aan: ‘Wat wij doen komt uit het hart, maar is ook gebaseerd op kennis. Bij Attendiz werken we vanuit de cognitieve leerpsychologie en positieve psychologie. Daarnaast zijn wij geschoold in het visualiseren van coachgesprekken en werken volgens de visie op het leefklimaat in scholen van bijzonder hoogleraar onderwijs en zorg Peer van der Helm. Het draait hier om competentie, autonomie en vooral verbinding. Pas als de leerling zich verbonden voelt met ons, kunnen we echt iets bereiken.’