Een kijkje in de keuken bij PersoonlijkVO Hengelo

PersoonlijkVO Hengelo – voorheen SvPO – maakt zich sterk voor het schoolconcept van persoonlijk onderwijs. Dit concept wijkt sterk af van dat van de meest scholen en dat roept uiteraard de nodige vragen op bij onderwijsprofessionals en ouders. Maar wie binnenloopt op locatie Hengelo zal merken dat er een relaxte sfeer hangt en dat de leerlingen zich enorm betrokken tonen bij hun school. Ook de inspectie oordeelt positief over locatie Hengelo waar Judith van Klingeren en Karin Rave aan het roer staan. Hoe zit deze ‘nieuwe’ school nou eigenlijk in elkaar?
Andere inrichting lesaanbod
‘Wat ons onderscheidt van andere VO-scholen zie je onder meer aan de invulling van ons lesaanbod’, begint Karin. ‘Leerlingen krijgen drie keer per week les in vier kernvakken: Nederlands, Engels, Frans en wiskunde. Waarom Frans? Omdat het afstamt van een andere taal dan het Nederlands, Engels en Duits en daarmee echt een andere aanpak vereist bij het leren. Frans doet een beroep op je leervermogen. Verder krijgen leerlingen 1x per week filosofie en leren zo kritisch te denken. Ook hebben ze 1x per week tekenles. Daarnaast volgt klas 1 biologie en klas 2 geschiedenis. Voor deze vakken ronden de leerlingen aan het einde van het leerjaar het volledige onderbouwprogramma af. In klas 3 worden de kernvakken teruggeschroefd van 3 naar 2 lesuren per week en worden de vakken nask, economie en aardrijkskunde geïntroduceerd. Aan het einde van leerjaar 3 hebben de leerlingen voor elk vak dezelfde kerndoelen behaald als op andere scholen.’
Sportdagen en taalreizen
‘We gaan ook anders om met sport’, vervolgt ze. ‘We sparen alle sportlessen op tot één sportdag per vier weken. Op de sportdag maken ze kennis met uiteenlopende sporten. Denk aan een skateclinic, kanoën en zwemmen. Soms koppelen we theorie aan de praktijk. Dan organiseren de leerlingen in de ochtend een badmintontoernooi dat ze ’s middags gaan uitvoeren. Op deze manier maken we sport voor al onze leerlingen aantrekkelijk. Ook gaat elk leerjaar op taalreis. Bijvoorbeeld naar Engeland of Frankrijk. Leerlingen logeren dan bij gastgezinnen. Ze krijgen die week les op een taalschool en bezoeken onder andere diverse musea om zodoende te proeven van het leven buiten Nederland.
Passend onderwijs in kleine, homogene klassen
Op de website van PersoonlijkVO staat te lezen dat er gewerkt wordt met homogene klassen. ‘Hoe we dat voor elkaar krijgen?’ Karin legt uit: ‘Dat begint met de overtuiging – en ervaring – dat een heleboel kinderen best havo/vwo aankunnen, maar wel begeleiding nodig hebben. Door onze lessen van 85 minuten en klassen van maximaal 16 leerlingen, kunnen we al onze leerlingen veel begeleiding bieden. Hiermee zorgen we ervoor dat leerlingen zo hoog en breed mogelijk uitstormen binnen hun eigen potentieel. Niet omdat havo of vwo beter is, maar er gaan vaak net iets meer deuren voor je open. Dus, als een leerling het niveau aankan, dan zorgen wij voor de juiste leeromgeving. Elk jaar delen we de klassen opnieuw in op basis van hun begeleidingsbehoefte.’
Platte organisatie
‘Nog zo’n kenmerk van ons onderwijsconcept is de platte organisatie. Onze school kent geen uitgebreid expertiseteam. We worden om die reden nog wel eens met een schuin oog aangekeken, maar wij focussen ons liever op onze kerntaak: onderwijzen. Hebben we ondersteuning nodig, dan zoeken we die extern bij een specialist. Expertise in huis halen is duurder en dan zouden we die kleine klassen niet kunnen handhaven. Het is een kwestie van keuzes maken. Onze zorgcoördinator onderhoudt nauw contact met betrokken instanties, waardoor we het welzijn van onze leerlingen goed kunnen waarborgen. En als een behandelaar met tips komt, dan nemen we die natuurlijk over. Daarnaast investeren we komend jaar in intensiever contact met schoolmaatschappelijk werk, met Loes, Skillz, Kiem enzovoort.’
Ons kent ons
‘Verder geven onze docenten les aan één leerjaar. De leerlingen in dat leerjaar hebben dus een compact team dat puur en alleen op hen gericht is. Er staat een stevige structuur, de lijnen zijn kort en tijdens het wekelijks overleg bespreken we alle leerlingen in dat leerjaar. Wij kennen elke leerling dus ongelofelijk goed. We signaleren daardoor snel, kunnen vlot handelen en erger voorkomen. Wat ook helpt, is dat we geen personeelskamer hebben, maar in de pauze de aula delen met de kinderen. We doen het echt samen en de betrokkenheid is daardoor heel groot. Om een voorbeeld te geven: op hun vrije dag – leerlingen zijn hier één dag per week vrij – steken leerlingen regelmatig hun hoofd om de hoek. Dat is een mooi compliment.’