De Meander. Een school die meebeweegt

Wanneer je het terrein van De Losserhof oprijdt, waan je je bijna op een vakantiepark. Veel bomen, wegen waar je maximaal 15km/u mag rijden en voorzieningen als een zwembad, een supermarktje en een kinderboerderij. Op deze rustieke plek staat ook het schoolgebouw van De Meander. Hier krijgen maximaal 25 leerlingen in de leeftijd van 6 tot 18 jaar ‘speciaal-speciaal onderwijs’, vertelt leidinggevende Frieke Verspiek. ‘Zoals een rivier door het landschap slingert, zo sluiten wij aan bij de leerlingen. We begeleiden, volgen en stretchen. Het ene moment zijn we heel dichtbij, het andere moment nemen we iets afstand en hoe dat er precies uitziet, verschilt per kind.’
Een aandachtsintensieve aanpak
‘In onze klassen zitten daarom maximaal zes à zeven leerlingen met een één-op-twee-begeleiding’, legt Marlijn Swennenhuis uit, kwaliteitscoördinator van De Meander. ‘Let op: geen drie op zes, maar echt één begeleider met een koppel leerlingen. En dan is het ook nog zo dat wanneer de begeleider met de ene leerling aan een taak werkt, de andere leerling zelfstandig iets ontspannends doet. Daarna wisselen de leerlingen om.’
Frieke voegt toe: ‘We zorgen er bovendien voor dat de koppels in een klas zoveel mogelijk langs elkaar heen lopen. Dus is er bijvoorbeeld een koppel in het lokaal met een werkmoment bezig, dan is op dat moment een begeleider met twee anderen bijvoorbeeld aan het wandelen, aan het buiten spelen of in de keuken een taak aan het doen. Momenten waarop ze alle zes in de klas zitten, zijn er weinig.’
Achter gedrag kijken
Die uiterst persoonlijke aanpak heeft een reden. Je vindt op De Meander namelijk kinderen die ernstig meervoudig beperkt zijn tot en met kinderen die cognitief tegen praktijkonderwijs aanschuren maar sociaal-emotioneel een ontwikkelingsleeftijd hebben van 1,5 – 3 jaar wat maakt dat ze altijd een beschermde omgeving nodig hebben. Voor ieder van hen geldt bovendien dat ze niet in een reguliere klassenzetting kunnen functioneren. Voor hen is veiligheid en voorspelbaarheid een basisvoorwaarde. Pas dan komen ze tot leren.
‘We zijn geen verkapte dagbesteding, benadrukt Marlijn. ‘Leren is hier altijd het doel. Maar soms komen kinderen hier compleet overspannen binnen. Ze hebben dan zo’n weerstand tegen school dat als ze een leerboek zien liggen, ze dat kapot scheuren. Ook vliegt er weleens wat door de klas. Of er wordt flink gescholden. Wij zien dat echter niet als een teken van onwil, maar van onkunde. Het is een gevolg van spanning en angst. Alleen uit dat zich bij deze kinderen vaak externaliserend. Wij vragen ons daarom altijd af: Waar komt die spanning vandaan? Welke aanpassingen brengen het spanningsniveau omlaag en/of welke signalen hebben we gemist zodat we een herhaling kunnen voorkomen?
Succes komt in kleine stappen
Ondertussen kan leren ook zonder boek. Frieke: ‘Als het doel is om te leren tellen tot vijf, en een leerling houdt van auto’s, dan gaan we naar buiten rode auto’s tellen. Of we spelen met autootjes op een kleed om de rangtelwoorden te oefenen: ik ben de eerste auto, jij de tweede enzovoort. En na afloop vertalen we dat samen naar: wat heb je nu geleerd? Zo ervaren ze dat leren ook leuk kan zijn, en niet alleen maar spannend of frustrerend.’
Marlijn glimlacht: ‘De successen die we boeken zijn soms klein, maar enorm waardevol. Zo hadden we een leerling die elke dag binnenkwam met een hoop gemopper doorspekt met scheldwoorden. Tot hij op een ochtend de deur opendeed en ons begroette met: “Goeiemorgen.” Of een leerling die elke dag knalde en dan opeens een dag niet. Dat zijn de momenten waarop je denkt: yes, dit werkt.’
Sinterklaas zonder verrassingen
Zo bekeken levert de Sinterklaas-periode extreem veel onrust op. Frieke: ‘Je ziet hier dan ook geen Sinterklaas op school. We doen niks met versiering en er zijn geen verrassingen. Als kinderen het aankunnen, kopen we samen met hen de cadeautjes. Soms pakken we ze in, maar dan weten ze dus al wel wat erin zit. Soms laten we zelfs het inpakken achterwege, want ook dat kan al spanning verhogend zijn. Op de dag zelf krijgen ze om negen uur een beker chocolademelk met pepernoten en hun cadeau. That’s it. En dan hebben ze een top Sinterklaasviering gehad.’
Samenwerken als team
Het team werkt intensief met elkaar samen om de zo broodnodige veiligheid en rust in de klassen te waarborgen. ‘Dat betekent dat we elkaar soms aftikken’, legt Frieke uit. ‘Bijvoorbeeld als je voelt: mijn eigen spanningsniveau gaat omhoog. Kinderen weten namelijk feilloos hoe ze je kunnen raken. Of als je merkt: ik ben nu de rode lap voor dit kind. Dan moet een frisse collega even inspringen.
Ook praten we na schooltijd altijd even na. Wat ging goed, wat kan beter, moeten we iets in het programma veranderen? Elk kind heeft namelijk een gedragsinterventieplan – een soort handleiding per leerling. Daarin staat precies wat een kind laat zien bij spanning en wat je kunt doen om dat te voorkomen of te begeleiden. Dat plan wordt steeds bijgesteld, want kinderen ontwikkelen en situaties veranderen.’
Stage lopen en uitstromen
Voor kinderen in de vso-leeftijd bedenkt De Meander een stage-activiteit. Denk aan lamineren, oud papier wegbrengen, de was wegbrengen, de voorraadkast inpakken, bestellingen uitpakken, planten water geven – we hebben een moestuin aan de voorkant – of ’s morgens koffie en thee-bestellingen ophalen bij de leerkrachten en die later met een netjes “alsjeblieft” uitserveren. Frieke: ‘Alles wat we kunnen bedenken, zetten we in, want het toekomstperspectief is dagbesteding. Als we die stage goed begeleiden, dat zijn er echt leerlingen die richting arbeidsmatige dagbesteding in een groep van acht of negen kunnen functioneren. Daar wil je wel naartoe werken, want een samenleving waarin één op twee gewerkt wordt, die bestaat niet. Tegelijkertijd moeten we realistisch zijn. Er zijn niet heel veel kinderen die dat aankunnen. Gelukkig zijn er dagbestedingsplekken waarbij er individueel gewerkt wordt. Of waar een leerling veel buiten is, bijvoorbeeld op een boerderij. Per leerling gaan we op zoek naar die ene plek die aansluit bij wat hij/zij aankan.’
De Meander in een notendop
Ze vervolgt: ‘Samengevat draait het hierom: onze focus is ontplooiing; we zijn en blijven onderwijs. Veiligheid voor leerlingen en personeel is dan een basisvoorwaarde. Net als plezier. Zodat een leerling die school altijd met spanning associeerde, hier ervaart dat onderwijs en nieuwe dingen leren ook leuk kan zijn.’ Marlijn voegt daaraan toe: ‘Kinderen krijgen bij ons bovendien elke dag een nieuwe kans. Gedrag zegt altijd iets over een onderliggende behoefte. Wij hebben het daarom nooit over gedragsproblemen maar over moeilijk verstaanbaar gedrag. Als je dát ziet en erkent, kun je kinderen echt verder helpen.’