C.T. Stork College: een school die barst van de mogelijkheden

Stork College Hengelo

Vier jaar geleden gingen in Hengelo zes schoollocaties de samenwerking met elkaar aan. Onder een nieuwe naam en in een splinternieuw gebouw aan de Fré Cohenstraat gingen ze verder als één school voor praktijk-rijk-vmbo-onderwijs: het C.T. Stork College. ‘Inmiddels is er sprake van een C.T. Stork-cultuur op alle niveaus: bij directie, teamleiders, docenten en de andere teamleden. De sfeer en de waardering voor elkaar is goed’, stelt schoolleider Marianne Heijting tevreden vast.

Twee schoolbesturen ineen

Het C.T. Stork College is een samenwerking tussen OSG Hengelo en Scholengroep Carmel Hengelo en heeft daarom twee locatieleiders: Astrid de Jong (OSG) en Marianne Heijting (Carmel).  Leerlingen merken daar overigens niks van en docenten slechts minimaal, bijvoorbeeld omdat ze in het schooljaar zowel een studiedag van Scholengroep Carmel Hengelo als van OSG hebben. ‘Dat is tegelijkertijd ook de meerwaarde’, vindt Marianne. ‘De samenvoeging was noodzakelijk voor het voortbestaan van de scholen, maar fungeert ook als een vliegwiel om nauwer met elkaar samen te werken. En ja, dat is soms complex, maar over het algemeen goed werkbaar.’

Voor elk kind is plek hier

Marianne: ‘Wij bedienen een grote, gemixte doelgroep en ieder van hen verdient een plekje op onze school. Lukt dat niet in de klas, dan hebben we daarvoor mooie initiatieven en veel expertise in huis. Zijn leerlingen bijvoorbeeld even echt niet happy in de klas, dan kunnen ze naar hun domeincoaches. Elke afdeling heeft namelijk zijn eigen domein: een plek om rustig te werken, om een toets in te halen, of om op verzoek van een docent even af te koelen. Het is een hele laagdrempelige oplossing die als erg prettig wordt ervaren. Intensievere ondersteuning op de langere termijn bieden we ook. Daar hebben we zelfs meerdere mogelijkheden voor.’

Leerwerktraject en TOP-traject

‘Om te beginnen bieden we het Leerwerktraject (LWT), speciaal voor leerlingen die moeite hebben met het niveau maar wel erg gemotiveerd zijn’, begint Patrick ten Voorde de opsomming. Patrick is teamleider Zorg & Welzijn en een van de vier teamleiders op het C.T. Stork College. ‘LWT-leerlingen zitten per week drie dagen op school en lopen twee dagen stage in de praktijk. Het LWT is het enige officieel door OCW erkende traject dat opleidt tot een diploma en toegang biedt tot het mbo, niveau 2. Leerlingen die op het vmbo-T meer projectmatig en onderzoekend willen leren kunnen deelnemen aan het TOP-traject. Dit is een praktijkgerichte route binnen de hoofdzakelijk theoretische vmbo-T-stroom die een leerling nog beter klaarstoomt voor het praktijkgerichte mbo en van daaruit naar het hbo leidt. Zowel leerlingen als ouders zijn hier erg enthousiast over. Ten slotte bieden we samen met ‘t Genseler de route pro-vmbo, waarin we de doorstroom van het praktijkonderwijs naar het vmbo bevorderen.’

Het Pluspunt en de Buitenklas

Marianne vervolgt: ‘En dan heb je nog een groep leerlingen die het om uiteenlopende redenen niet redt in de klas. Het Pluspunt geldt dan als een tijdelijke rebound: er wordt in een kleinere setting buiten de klas gewerkt, binnen het schoolgebouw. Alle aandacht gaat uit naar het creëren van rust en persoonlijke succeservaringen. Er zijn korte lijnen met de mentor en met het thuisfront in het belang van de leerling om die weer te laten terugkeren in de reguliere klas. De Buitenklas is bedoeld voor leerlingen die dreigen buiten het schoolsysteem te vallen. Het is een locatie vlakbij de school, in het gebouw van de ijsbaan, die we hebben ingericht als een huiskamer met werkplekken en een digibord. Met een combinatie van stage en onderwijs houden we hen in een dagritme en werken we doelgericht naar een passende uitstroom: mbo, go to-mbo of vso. De Buitenklas is ook beschikbaar voor andere scholen voor voortgezet onderwijs in Hengelo en Borne.’

Winstpakkers

Marianne: ‘Ik ben enorm trots op de inzet van mijn collega’s. Kijk, met 90% van de leerlingen loopt het goed. Die zijn lekker in de klas aan de slag. Maar lukt het niet en is de situatie complexer, dat vraagt dat wel iets van het team. Wat daarnaast écht het verschil maakt, zijn de samenwerkingen met ondersteunende instanties. Zit een leerling met een probleem, dan moeten ouders zowel met school als met hulpverlening aan de slag. De school – die ze toch al kennen – fungeert dan als ontmoetingsplek voor leerlingen, ouders, school en zorg. We houden hier ook een preventief HALT-spreekuur en hebben veel contact met Skills jongerenwerk. Ouders waarderen dat erg.’

‘Ja, we doen wel veel, geeft Marianne toe, ‘en dan hebben we het nog niet eens gehad over dat we een pilot-school zijn voor de nieuwe leerweg op vmbo-T die eraan komt. Maar omdat we de juiste mensen op de juiste plek hebben, loopt het goed. Er is bovendien niks zo mooi als kunnen aansluiten bij de talenten, motivatie en mogelijkheden van iedere leerling.’