‘We hebben het gewoon gedaan’: ’t Korhoen en ’t Genseler zetten concrete stap richting inclusief onderwijs

't Genseler 't Korhoen

De samenwerking tussen VSO-school ‘t Korhoen en ’t Genseler, school voor Praktijkonderwijs, bestaat al jaren. Medio vorig jaar besloten de twee schoolleiders, Gemma Brinks en Dave van Zutphen, om die samenwerking verder uit te bouwen. Dat heeft geleid tot een klas leerlingen die dit schooljaar op ’t Genseler in een zo regulier mogelijke setting onderwijs krijgt.
Een schot in de roos, want de leerlingen doen het ontzettend goed. Gemma en Dave vieren daarnaast nóg een succes: ‘De samenwerking vindt nu niet meer alleen op managementniveau plaats, maar op alle niveaus. Dat is fantastisch om te zien.’

Van idee naar actie in recordtijd

Het idee ontstond tijdens een reis naar Londen, waar collega’s zagen hoe inclusief onderwijs succesvol werd vormgegeven. Na afloop is een clubje bij elkaar gaan zitten: wat kunnen wij zelf voor stappen zetten om dat te bewerkstelligen? ‘Toen werd al heel snel dit idee geboren’, vertelt Gemma. ‘Tussen ‘t Korhoen en ’t Genseler liepen al korte lijnen, dus daar lag een goede basis. Vervolgens selecteerden we leerlingen waarover we twijfelden tussen VO en VSO. Leerlingen van wie we hoge verwachtingen hadden mits we ze van de juiste context en een passend onderwijsarrangement konden voorzien. Die groep is dit schooljaar hier geplaatst met het idee dat ze straks zo regulier mogelijk doorstromen naar het tweede jaar. Toen het plan er eenmaal lag, zijn we spijkers met koppen gaan slaan. In januari spraken we de ouders. In september ging de klas van start.’

Ingroeimodel

‘Deze leerlingen zijn kwetsbaar op sociaal-emotioneel vlak’, licht Dave toe. ‘Wij komen hen daarin tegemoet met een kleine klas, een dubbele bezetting tijdens de lessen en pauzes die bij aanvang van het schooljaar in het klaslokaal plaatsvinden. Ook heeft de klas een vaste begeleider die gaat waar de kinderen gaan. Deze begeleider komt uit het ZML en brengt waardevolle expertise mee. Wel is er sprake van een ingroeimodel. In de loop van dit jaar laten we steeds een stukje van de veilige context los zodat ze in het tweede jaar op de reguliere wijze kunnen meedraaien. Zo zijn inmiddels de aparte pauzes losgelaten en integreren de leerlingen op die momenten volledig met de andere leerlingen.’

Praktische samenwerking

‘Uiteraard was het in het beginnen wennen voor iedereen’, verklaart Gemma. ‘Niet alleen voor de leerlingen, maar ook voor de docenten, die hun lesmethoden moesten aanpassen en moesten samenwerken met collega’s die ze niet kenden. We zien inmiddels dat de onderlinge samenwerking op alle lagen is versterkt: zo hebben ook de orthopedagogen veel contact met elkaar, net als de ondersteuningscoördinatoren van de verschillende locaties. Samen laten we het onderwijs beter aansluiten bij wat deze leerlingen nodig hebben. Dat is gaaf om te zien.’

De eerste resultaten zijn dus veelbelovend. Dat wordt ook buiten ’t Genseler opgemerkt. Gemma: ‘Voor ouders was het óók spannend. Door ze mee te nemen in het proces is dat heel goed gegaan. We krijgen daardoor nu al van andere ouders de vraag of hun kind volgend jaar hiervoor in aanmerking kan komen.’ Daarnaast willen zowel ’t Iemenschoer als De Stapsteen en De Bouwsteen aanhaken. Dave plaatst wel een kanttekening: ‘We weten nu al dat één van de elf leerlingen beter op zijn plek is in het VSO. Toch is dit ook voor deze leerling een goed proces geweest’, benadrukt hij. ‘We hebben de tijd en de moeite genomen om te onderzoeken waar deze leerling het best op zijn plek is. Dat is altijd waardevol.’

Een blik op de toekomst

‘Hoe we tegen de toekomst aankijken? We hebben nu gekeken naar achtstegroepers. Maar ik zou in de toekomst al in groep 7 willen kijken voor wie deze route interessant zou kunnen zijn’, stelt Gemma. ‘En eigenlijk moeten de schotten tussen het PO en het VO en tussen het SO en het VSO eruit. Ik denk dat we soms te voorzichtig zijn en dat een leerling meer kan dan wij denken. Maar zit je als leerling eenmaal op een bepaald spoor, dan is het lastig wisselen. Dat geldt voor alle stromingen in het onderwijs en is in mijn optiek een van de manco’s van het Nederlands onderwijssysteem. Met deze groep leerlingen hebben we dat aangedurfd en we zien nu dat het heel goed gaat.’
‘Belangrijk is wel dat er financiële steun blijft’, besluit Dave. ‘We hebben dit alleen kunnen doen dankzij een bijdrage van het Samenwerkingsverband. Willen we naar inclusiever onderwijs, dan zijn er meer van deze impulsen nodig. Dat levert overigens ook wat op: een dergelijke investering aan de voorkant reduceert het aantal TLV-aanvragen en betekent dat er minder budget nodig is voor het speciaal onderwijs.’