De kracht van Twickel Hengelo? Creativiteit én structuur

Twickel Hengelo is een school die je niet snel over het hoofd ziet. Om te beginnen biedt ze onderdak aan maar liefst 1280 leerlingen. Daarnaast bestaat het team uit bijna 100 docenten – verdeeld over drie onderwijskundige teams: onderbouw, havo-bovenbouw en vwo-bovenbouw. En tot slot klotst de creativiteit er tegen de plinten op. ‘Het is een ontzettend leuke school om voor te werken’, verklaart Merle Busscher. Sinds dit jaar vervult zij op Twickel Hengelo de nieuwe functie van locatiedirecteur. ‘De visie van de school sluit helemaal aan bij waar ik achter sta: creativiteit, persoonlijkheid en betrokkenheid.’
Leren in een creatieve stad
‘We hebben als motto: de school als creatieve stad’, vervolgt Merle, ‘en daar is de afgelopen jaren hard aan gewerkt om dat concept verder uit te bouwen. Je ziet het terug in ons gebouw en in ons onderwijs, zoals in het extra curriculair programma, maar eigenlijk zit het verweven in alles. Dat vind ik heel belangrijk én heel gaaf.’ Daarin staat Merle niet alleen. De geboden creativiteit wordt ook omarmd door het team en de leerlingen. Zo gaven met kerst meer dan honderd leerlingen drie kerstconcerten in samenwerking met het Twents Jeugd Symfonie Orkest. Daarnaast voeren ze musicals op waarbij zo’n tweehonderd leerlingen betrokken waren. ‘Die uitvoeringen zijn stuk voor stuk van hoge kwaliteit. Ook organiseerde de school een volleybalnacht waar personeel en leerlingen samen actief waren.’
Jongeren uitrusten voor de toekomst
Toch is Twickel Hengelo meer dan alleen een plek voor bijzondere evenementen. Ook in de reguliere lessen komt het creatieve denken terug. Zo werkt de school met een zogenaamd T-profiel: ‘Daarin combineren we vakkennis en vaardigheden (in de pilaar) met vakoverstijgende projecten (de balk op de pilaar). Zo verbinden we vakken met andere vakken en met de buitenwereld. Wij noemen dat het VIP-programma: Vakoverstijgend Integraal Projectonderwijs. Ook dat past bij creatief denken en doen. We streven ernaar leerlingen uit te rusten voor de uitdagingen waar ze nu en in de toekomst voor komen te staan. Dat doen we met een rijk en breed aanbod. Maar niet met alle vakken tegelijk natuurlijk. We gooien niet alles overboord, maar zoeken steeds naar creatieve manieren om het bestaande onderwijs aan te vullen. Ook dat typeert onze school. Aan de ene kant zijn we heel creatief, maar aan de andere kant geven we hier ook gewoon degelijk goed onderwijs met goede examenresultaten.’
Ruimte voor iedereen
Naast creativiteit vindt Twickel Hengelo het belangrijk om álle leerlingen een plek te bieden waar zij kunnen floreren, ook als ze buiten het reguliere systeem vallen. ‘Maar de vraag is vooral: hoe kunnen we docenten zodanig equiperen dat de leerling die net wat meer dan het gewone nodig heeft, dat ook krijgt’, vindt ondersteuningscoördinator Leo Sand die structureel meedenkt met Merle en haar team. ‘Sommige leerlingen hebben meer nodig dan het gewone. Het helpt dat deze school een degelijke structuur hanteert die overzicht en voorspelbaarheid biedt. Tegelijkertijd is het ook een prikkelrijke school. Met name leerlingen in het ASS-spectrum, hebben daar best wel eens moeite mee. Voor hen zijn er de begeleide werkplekken en het bemande studiecentrum. Daar kunnen leerlingen individueel of in kleine groepen terecht voor ondersteuning, zowel onder als na schooltijd. Hier vinden ook de bijlessen plaats.’
Soms gaat de persoonlijke ontwikkeling vóór
‘En als het nodig is, moet je je nek uitsteken,’ vindt Merle. ‘Soms weten we al: een diploma zit er niet in, maar kiezen we ervoor de leerling toch binnen de school te houden, omdat het alternatief – een andere school – niks zou veranderen. Dan is het belangrijker deze leerling in haar sociale groep te houden en haar door wat ik “de kritieke fase” noem, heen te helpen. Natuurlijk zijn er kaders en beperkingen, maar als je goed kijkt, kan er heel veel en geeft zelfs de inspectie ruimte.’ Dan nog is een dergelijke oplossing niet zonder uitdagingen, want de middelen en tijd zijn vaak beperkt. ‘Je hebt moed nodig om buiten de lijntjes te kleuren,’ geeft Merle toe. ‘Maar ik loop nu al vijftien jaar mee en ik kan inmiddels terugkijken en concluderen dat het wel werkt.’
Op naar nóg beter
Tegelijkertijd valt er nog genoeg te optimaliseren. ‘Zo was er een jongen die regelmatig ziek thuis zat’, vertelt Leo. ‘Pas toen we daar wat kritischer naar keken, viel op dat het steeds op een donderdagmorgen raak was. Dus daar ligt nog wel een opdracht voor ons, om dat soort situaties sneller en beter in beeld te krijgen. ‘Ach, we werken aan tal van zaken’, vult Merle aan. ‘Daar, aan de muur, hangt een hele jaarplanning om op verschillende niveaus aan de slag te gaan met basisvaardigheden, het versterken van de professionele cultuur en allerlei andere praktische zaken. Ontwikkeling is een kwestie van een lange adem, visie hebben, koers uitzetten en weten waar je aan werkt. Gelukkig geniet ik daar enorm van. Ik vind het dan ook heerlijk dat ik in mijn rol als locatiedirecteur hierin kan sturen.’