Herbert Bouwhuis (Twents Carmel College Praktijkonderwijs) over betekenisvol leren in een veilige, vertrouwde omgeving

Het schoolgebouw heeft de vorm van een winkelhaak en omsluit twee zijden van het vierkante schoolplein. Handig, want daardoor kijken alle kantoren op de eerste verdieping uit op de leerlingen die zich daar verzamelen voor en na schooltijd en in de pauzes. Dat heeft niks met controle te maken, maar alles met het borgen van een veilige omgeving, iets waar deze groep leerlingen veel behoefte aan heeft.
Een basis van veiligheid en geborgenheid
We zijn op het Twents Carmel College aan de Leliestraat in Oldenzaal. 170 kinderen in de leeftijd van 12-18 jaar krijgen hier praktijkonderwijs. Aan het roer van deze kleinschalige VO-school staat adjunct-directeur Herbert Bouwhuis. Zijn hele gezicht licht op wanneer hij over zijn school vertelt: ‘Deze doelgroep is echt fantastisch en mijn collega’s zijn enorm bevlogen; ik kan wel uren praten over wat we hier doen. Maar de kern is dit: kinderen komen pas tot ontwikkeling als ze veiligheid en geborgenheid ervaren. Die vinden ze hier.’
Van teruggetrokken naar praatgraag
‘Onze leerlingen hebben een leerachterstand van drie jaar of meer en een IQ tussen de 55 en 80. Een uitdagende doelgroep, maar ze zijn heel erg puur in hun gedrag: zonder relatie, geen prestatie. Verbinden is hier dan ook een belangrijk woord. Op onze school staat het kind centraal, niet de leerstof, en ook belangrijk: ze vinden hier gelijkgestemden. Zodra ze dat ervaren, zie je ze groeien en dan hoor je een leerling die in groep 8 stil en teruggetrokken was, ineens hele verhalen vertellen. Mentoren spelen hierbij een grote rol’, vervolgt Herbert. ‘Onze leerlingen beginnen elke schooldag samen met hun mentor. Die checkt hoe het met ze gaat, neemt een eventuele verandering in het rooster met ze door of herinnert ze aan een afspraak die gisteren is gemaakt.’
Op weg naar een plek in de maatschappij
‘In de onderbouw krijgen de leerlingen alle vakken. Dat zijn, naast rekenen en taal, vooral praktische vakken, zoals metaalbewerking en huishoudkunde. Die maken we zo betekenisvol mogelijk door opdrachten méér te laten zijn dan een oefening. Zo wassen en strijken de leerlingen het textiel dat de keuken gebruikt. In de afdeling horeca maken ze een lunch voor hun medeleerlingen of bereiden ze een appeltaart of hapjes voor een externe partij. In de werkplaats hangen fietsen van buurtbewoners te wachten op reparatie. En omdat we een pannakooi willen nu de telefoon uit beeld is, zijn leerlingen zelf bezig daarvoor ruimte te creëren op het schoolterrein. Ze demonteren het houthok en leggen nieuwe bestrating. Ook de cursussen die leerlingen kunnen volgen zijn gekoppeld aan het echte leven. De cursus Schoonmaken vindt bijvoorbeeld plaats bij Sociaal Cultureel Centrum Willemien waarbij ze gelijk het pand schoonmaken. En de cursusdocent Woonhulp neemt zijn leerlingen mee naar woonzorgcentrum De Molenkamp.’
Stages zijn maatwerk
Logisch dus dat er al in leerjaar 2 gekeken wordt of een leerling op stage kan. Herbert: ‘We schenken uitgebreid aandacht aan het vinden van een passende stageplek. Soms hangt dat volledig af van de stagebegeleider op de stageplek. Dan kan het zijn dat leerling A op woensdag stage loopt en leerling B op donderdag. Alles is maatwerk. Een ander voorbeeld: vorig jaar meldde een stagebegeleider dat een leerling extra werkzaamheden mocht doen, maar dat daar wel een heftruckcertificaat voor nodig was. Wij regelen dan dat hij daarin geschoold wordt. Deze leerling behaalde tijdens zijn stage in totaal drie certificaten voor het besturen van voertuigen en werkt nu bij Borghuis. Wij faciliteren dat. Op die manier zetten we alle mogelijkheden in om hen een zo’n passend mogelijke plek in de maatschappij te kunnen bieden’, legt Herbert uit.
Ontwikkel en innoveren
Hoewel de school lekker draait, blijft er behoefte aan doorontwikkeling. Ook daarvoor wordt ruimte gemaakt. Herbert licht toe: ‘De bestuurders van het KONOT, Twents Carmel College en de wethouders van de gemeente Dinkelland, Losser en Oldenzaal hebben het convenant Zorgintensief onderwijs ondertekend. Samen met SBO De Windroos en ambtenaren onderzoeken wij hoe we het zorgtraject in Noordoost-Twente preventiever, sneller en effectiever kunnen inrichten. Het doel daarvan is de werkdruk te verminderen en wachttijden te verkorten. Daarnaast nemen we deel aan een pilot van het ministerie van Onderwijs om te onderzoeken of het curriculum in minder tijd kan worden doorlopen, met behoud of zelfs verbetering van de kwaliteit. Ondertussen draaien we sinds 2019 ook mee in een pilot PrO-vmbo. Vmbo-docenten verzorgen op onze locatie theorielessen, maar gaandeweg het jaar vinden de lessen steeds meer plaats op het vmbo. De mentor gaat in eerste instantie nog mee naar de vmbo-locatie om het voor de leerlingen wat minder spannend te maken. Na twee lesjaren op het PrO maken ze volledig de overstap naar 3 vmbo. Het ministerie heeft inmiddels besloten om de pilot te vervolgen en we hebben dit jaar twee PrO-BBL-klassen.’