VSO De Bouwsteen boekt resultaten met kwetsbare doelgroep dankzij onvoorwaardelijke verbinding met leerling én ouders

Aan de rand van Gezondheidspark Hengelo, omringd door groen en water, staat VSO De Bouwsteen. Een bijzondere school in het palet van onderwijs. De 75 leerlingen die hier naar school gaan, hebben een licht verstandelijke beperking in combinatie met gedragsproblematiek, waaronder agressieregulatieproblematiek. Ze zijn ontelbaar vaak uit de klas gezet, hebben soms al 8 schoolwisselingen gehad of zijn in aanraking geweest met justitie. ‘Er is bijna geen school te vinden die het met ze aandurft. Maar wij verwelkomen ze met open armen’, vertelt schoolleider Gera Brouwer.
Waar je wieg staat …
‘Deze jongeren hebben er vaak niet zelf voor gekozen de moeilijke route af te leggen’, vervolgt Gera. ‘In negen van de tien gevallen zijn ze opgegroeid in een multiproblem-gezin. Daar kan het kind zelf niks aan doen en maakt dat ik er juist álles aan wil doen om het naar een hoger plan te brengen. Zij zijn gebaat bij structuur en voorspelbaarheid, bij liefde én begrenzing, en bij volwassenen die hen niet laten vallen, ongeacht hun gedrag. Dat alles vinden ze hier. Wij hebben op De Bouwsteen een sterk pedagogisch klimaat.’
Onderwijs maakt het verschil
‘Onderwijs maakt in het leven van deze jongeren alle verschil, want onderwijs betekent continuïteit. Zij krijgen hier vervolgens alle bouwstenen aangereikt om zowel hun kennisniveau als hun sociaal-emotionele vaardigheden te verbeteren. Zodra het kan, schakelen we een leerling terug naar TVC ’t Woolde. Zo niet, dan leiden wij toe naar beschut werk, arbeidsmatige dagbesteding of een baan. Zou je deze jongeren aan hun lot overlaten, dan belanden ze op straat, waar ze gelijkgestemden vinden en dan gaat het van kwaad tot erger. We vervullen dus ook een maatschappelijk rol door deze groep te helpen hun weg (terug) te vinden naar de samenleving en naar arbeid.
Samenwerking is belangrijke succesfactor
‘Dat kunnen we niet alleen. Zo communiceren we met 55 hulpverlenende instanties en met 18 samenwerkingsverbanden omdat het samenwerkingsverband van herkomst leidend is in wat we kunnen en mogen. Verder houden we iedere ochtend terreinoverleg. 15% van onze populatie komt vanuit behandeling bij Ambiq. De groepsleiders van Ambiq – we hebben het dan over vrij zwaar J-SGLVB – brengen hun leerling(en) dan binnen de school en praten ons eerst bij over de periode tussen 15.00 uur de vorige dag tot en met die ochtend. Daar haken wij op aan. Lag de leerling bijvoorbeeld pas om 03.00 uur in zijn bed vanwege een incident, dan beginnen we niet met rekenen, maar met een praatje.’
Verbinden met jongeren én hun ouders
‘Op De Bouwsteen is het goed houden van het lijntje tussen docent en leerling essentieel. Onze doelgroep is al zo vaak buiten de boot gevallen en afgewezen dat wij ons onvoorwaardelijk verbinden aan elke leerling, ongeacht de voorgeschiedenis, ongeacht het gedrag dat nog gaat plaatsvinden. Dus als een leerling een raam kapot trapt, of een andere leerling een mep geeft, dan gelden wel sancties, maar mag diegene de volgende dag gewoon naar school komen.
Ook investeren we stevig in de band met ouders. Het is zo makkelijk om te zenden: “Uw dochter doet dit en dat.” Ouders denken dan direct: wat zeg jij nou over mijn kind?! Zou je het gesprek beginnen met: “Wat fijn dat jullie er zijn, want we moeten het even over jullie dochter hebben. Ze trapt hier een raam in, doet ze dat thuis ook? Hoe gaan we dit aanpakken?” Dan heb je al een heel ander gesprek.
Slaat een vader dreigende taal uit, begint een moeder te schreeuwen aan de telefoon? Dan kun je denken: zo laat ik me niet aanspreken, maar wat je zou moeten zien is dat de ouder geraakt is. Benoem het en spreek bijvoorbeeld af om een kwartier later opnieuw te bellen. Zelfs al moet je daarvoor soms diep graven bij jezelf. Als je dat niet doet, ben je de verbinding kwijt en wordt het heel moeilijk.’
Inclusiever onderwijs
‘Nu inclusiever onderwijs op de stoep staat, willen we dolgraag reguliere scholen versterken met onze expertise en ervaring. Hoe mooi zou het zijn dat er meer kinderen op een school beginnen en daar blijven, in plaats van naar hier en daar getrokken te worden? En het kan. Maar dan heeft het reguliere onderwijs wel mensen nodig die goed weten hoe je omgaat met moeilijk gedrag. Daarnaast zal je als docent meer in huis moeten hebben dan vakkennis. Zodat je weet dat als een leerling roept: ”Wat ben jij een kutdocent”, je die leerling niet uit de klas zet, maar reageert met: “Wat je nou zegt, is niet oké. Daar gaan we het straks even over hebben. En nu verder met de les.” Zo mist de leerling geen les en blijf je in contact. Dat is niet eenvoudig, maar wel nodig. Onze maatschappij verandert, polariseert en veel leerlingen hangen op straat rond en brengen de straatcultuur mee de klas in. Daar moeten we wat mee.’
Dat is het allermooiste
‘De oplossing ligt dus in het systeem. In het samenspel tussen team, leerlingen en ouders. Maar ook in de samenwerking met hulpverlenende instanties. We zijn veel in contact met elkaar om te bepalen wie welke doelen oppakt. Dat is intensief en kost veel tijd, maar wat er ook gebeurt: we laten een leerling niet los.
Het mooiste moment van het jaar is misschien wel als ik ziet hoe alle inspanningen zichtbaar worden in de eindresultaten. Al die trots als de behaalde certificaten eenmaal tastbaar in de hand liggen. Natuurlijk gaan er heus ook dingen niet goed. Er valt nog veel te leren en te verbeteren. Maar dat leerlingen ervaren dat ze niet worden afgewezen, maar ontwikkeling zien en zich trots voelen, dat is het allermooist. Ik heb echt de leukste baan van Nederland.’