Netwerkbijeenkomst 7 december 2023: het pedagogisch klimaat wordt steeds belangrijker

De wereld van het onderwijs staat nooit stil en onderwijsprofessionals worden voortdurend uitgedaagd om bij te blijven en hun praktijken te verbeteren. De grootste opgave van dit moment is de weg die we gezamenlijk moeten afleggen van passend onderwijs naar inclusiever onderwijs. Deze opgave stond centraal tijdens de netwerkbijeenkomst op 7 december 2023, waarbij Steven Pont, ontwikkelingspsycholoog en systeemtherapeut een inspirerende bijdrage leverde. Marjan klein Rot, adjunct-directeur van het Samenwerkingsverband vertelt ons er meer over.
Op naar een gezamenlijke definitie en koers
De netwerkbijeenkomst is een jaarlijks terugkerend event en heeft als doel alle geledingen uit het netwerk van het Samenwerkingsverband bij elkaar te brengen. En dus bestond het publiek uit een gemêleerd gezelschap van bestuurders en docenten, ondersteuningscoördinatoren en PO-professionals, orthopedagogen en leerplichtambtenaren. ‘De opzet van de bijeenkomst was de gebruikelijke, vertelt Marjan. ‘Eerst luisterden we naar een spreker die ons stof tot nadenken gaf. Daarna was er alle ruimte om met elkaar te discussiëren.’
Het thema lag voor de hand: inclusiever onderwijs. In ons ondersteuningsplan staat dat we dit jaar gezamenlijk een definitie gaan formuleren en een koers gaan uitzetten. Dat is broodnodig, want als je nu op 5 scholen vraagt: “Wat is inclusiever?”, dan krijgt je 84 antwoorden. Het laten groeien van dat gezamenlijke beeld begon dit schooljaar met de studiereis naar Londen; tijdens deze netwerkbijeenkomst borduurden we daarop verder met het verhaal van Steven Pont.
Verschuiving van focus
‘Steven prikkelde ons met de vraag waar onze focus ligt en waar hij zou moeten liggen’, vertelt Marjan. ‘Op vrijwel alle scholen staat kennisoverdracht centraal. Wij beoordelen leerlingen op de mate waarin ze de lesstof kennen en de Inspectie beoordeelt ons daar ook op. Maar om nieuwe kennis op te doen, ermee te oefenen en het toe te passen moet een kind eerst goed in z’n vel zitten en dát vraagt om een pedagogisch veilig klimaat. Steven stelt dat we onze aandacht daarom misschien wel moeten verleggen van de individuele leerlingen naar het klimaat in de klas. In dat geval kijk je naar andere dingen, bijvoorbeeld naar de vaardigheden van leraren.
Ik moet je zeggen: van die boodschap word ik enorm gelukkig, want dat onderschrijf ik volledig. Toen ik nog geschiedenisdocent was, was mijn eerste doel de kinderen in een stand brengen waarin ze überhaupt iets konden leren. De jaartallen van de Industriële Revolutie kwamen op een tweede plaats. Al het leren begint met pedagogiek. Ik was niet de enige trouwens die enthousiast reageerde. Steven z’n verhaal viel goed in de groep. En niet alleen als insteek om inclusiever onderwijs handen en voeten te geven. In de nasleep van corona hebben we gemerkt dat kinderen op pedagogisch vlak wat in te halen hebben, al begint dat gelukkig weer te normaliseren. Feit is: als je aan de voorkant investeert in de relatie, dan komt dat de resultaten ten goede.’
En nu?
‘Van hieruit gaan we verder. De eerstvolgende stap betreft de 24-uursbijeenkomst met de bestuurders. Bij een deel van dit programma schuiven ook de eindverantwoordelijke schoolleiders aan. Die bijeenkomst gaat eveneens over inclusie, maar dan vanuit een andere invalshoek: hoe zorg je ervoor dat je een school kunt zijn voor die grote groep kinderen met al hun ondersteuningsvragen? Focussen we ons toch weer op die ene leerling of beter op de hele schoolomgeving? Als ik de bevindingen uit Londen en het verhaal van Steven Pont doortrek, vermoed ik dat laatste. Want hoe lastig het ook is voor de leerling met een ondersteuningsvraag, ook die heeft er op de lange termijn alleen maar baat bij. Hij/zij zal op latere leeftijd ook willen – en moeten- functioneren in een ‘reguliere’ wereld. Als we steeds dat straatje voor ze schoonvegen, wat begrijpelijk is, dan komt die worsteling later alsnog.
De grote vraag is natuurlijk hoe we kinderen op een veilige manier weerstand kunnen laten ervaren. Dan hebben we het over pedagogisch vakmanschap. Een leerling hoeft niet van 0 naar 100 in 3 seconden, maar misschien lukt het wel in 30 seconden. Waar Steven duidelijk in was en wat overeenkomt met wat zagen in Londen is dat dit een grondhouding vereist in het team. Je moet bewaken dat afspraken worden nagekomen. Het betekent ook dat je jezelf als docent moet blijven ontwikkelen, zelfs als je al 40 jaar voor de klas staat. Hoe kan het eigenlijk ook anders: je bevindt je in een lerende omgeving. Ook jij moet daarin mee.’