Gevarieerd onderwijs aanbieden? Zo doet het Bataafs Lyceum dat

Kleurrijk. Het is het eerste woord dat in je opkomt als je het Bataafs Lyceum in Hengelo binnenstapt. De deuren zijn knalblauw, aan de wanden hangen metershoge afbeeldingen en wie een kijkje neemt in een van de twee themalokalen (Frans of Klassieke talen) waant zich in een andere wereld dankzij Franse bistrostoeltjes, Griekse zuilen, kamerhoge boekenkasten en Romeinse schilderkunst op de muur. Opvallend genoeg ontbreekt een directeur op deze school. Nadat de laatste directeur zijn functie verruilde voor die van bestuurder, namen Jentina Ardesch, Bas Smies en Joanne Duijvestijn gezamenlijk het stokje over. ‘Dat gespreide leiderschap werkt heel prettig’, vindt Jentina. ‘We kunnen het goed met elkaar vinden, kennen elkaar van haver tot gort en zijn totaal verschillend. Daardoor hadden we in no time de portefeuilles verdeeld: ieder van ons vindt dat-ie de krenten uit de pap heeft weten te halen.’
Hoge mate van acceptatie
Jentina Ardesch is behalve locatieleider en teamleider van 4 en havo 5 ook docent Biologie en docent HavoP, het praktijkgerichte vak op de havo. Ze ervaart de school dus vanuit verschillende perspectieven. ‘Ik werk hier nu 12 jaar en wat mij zo goed bevalt aan deze school is de sfeer, zowel onder de leerlingen als onder de collega’s. Je mag zijn wie je bent. Zo hebben we best een grote groep leerlingen met een autismespectrumstoornis en leerlingen in allerlei gendervariaties, maar dat levert nauwelijks gedoe op. Je hoeft binnen het Bataafs dus niet binnen de lijntjes te kleuren, want de acceptatie is groot.’
Extra’s kunnen en mogen, maar niks moet
Die ruimdenkendheid vind je ook op didactisch en organisatorisch niveau terug, vertelt Jentina. ‘Daar waar behoefte is, kijken we wat de mogelijkheden zijn. Zit een 4 havo-leerling tijdens Franse les te gapen van verveling omdat-ie alle stof al kent, dan mag hij versneld examen doen. Is er sprake van een concentratieprobleem, dan kunnen we vertragen en verspreiden we de examens over een langere periode. En moet een leerling doubleren, dan is er niks zo vervelend dat hij ook het vak waar hij een 8 voor stond helemaal opnieuw moet doen. Dan halen we het examen naar voren en gaan vervolgens op zoek naar een andere invulling voor die lestijd.’
‘Via BL-Xtra zijn er allerlei modules te volgen buiten het gewone curriculum om, zoals Spaans, schaken, grafische vormgeving, extra sport, taalcertificaten en techniek of bedrijfsstages. Vwo-leerlingen in de onderbouw kunnen daarnaast kiezen voor het Masterclass-traject. Zij krijgen dan een deel van hun lestijd projectles. Dit zijn vakoverstijgende lessen waarin ze op onderzoek uitgaan en moeten samenwerken. Die ruimte creëren we door de gewone lessen te compacten. En dan bieden we nog de mogelijkheid om naar de Pre-U te gaan of mee te doen aan olympiades. Kortom: er is uitdaging en variatie genoeg op het Bataafs Lyceum, maar een leerling is meer dan welkom om het gewone havo of vwo-programma te doorlopen’, benadrukt Jentina. ‘Alle extra’s mogen, niks moet. ‘
Inclusiviteit en verantwoordelijkheid
Op dit moment buigen we ons – hoe kan het ook anders – over de vraag wat we nodig hebben voor inclusiever onderwijs. Mentoren hebben meer bagage nodig opdat er minder ondersteuning nodig is. Binnenkort houden we hierover een interne studiemiddag. Verder zijn we bezig het concept ‘gespreid leiderschap’ ook in de rest van de school door te voeren. Een deel van de verantwoordelijkheid ligt al bij de coördinatoren. Van daaruit komt ook een deel bij de mentorenteams te liggen. Want je kunt van bovenaf wel van alles vinden, maar het werkt beter als mensen zelf de ruimte krijgen om invulling te geven aan wat we als school belangrijk vinden. Een voorbeeld is de inhoud van de mentorles. We hebben met elkaar bepaald dat het goed is dat we daarin één lijn trekken en dat de mentorlessen per leerjaar op elkaar afgestemd worden zodat leerlingen niet elk jaar dezelfde activiteiten doen of gesprekken voeren. De mentoren zijn nu zelf verantwoordelijk voor het opzetten van een leerlijn en daardoor wordt het beter gedragen. Mentoren zijn bevlogen genoeg om zoiets op te pakken. Natuurlijk, sommigen duiken daar enthousiast in, anderen hebben dat minder, maar het onderwerp samen verkennen voelt alsnog beter dan het van bovenaf opgelegd krijgen.’
Het mooiste vak dat er is
‘Al met al ben ik trots op de manier waarop we zaken aanvliegen hier. Het gebeurt regelmatig dat een leerling na zijn diploma-uitreiking nog een keer z’n hoofd om de hoek steekt en zegt: “We zaten misschien niet altijd op één lijn, maar ik vond het toch erg leuk hier.” En als docent geniet ik enorm van de momenten waarop leerlingen enthousiast meedoen of wanneer je ziet dat er kwartjes vallen. Dat je mag bijdragen aan hun ontwikkeling maakt dit het mooiste vak dat er is.’