Van Londen naar Twente: 6 succesfactoren om over na te denken

Londen

Ben je net een dag in dienst, krijg je vijf minuten na je eerste kop koffie al te horen dat je vier maanden later naar Londen mag voor een studiereis. Het overkomt Richard Kleinsman, teamleider van het Expertisecentrum. Ook Yvette Wijering, teamleider op Het Stedelijk Alpha en Lieke Smit, ondersteuningscoördinator op het C.T. Stork College ontvangen de oproep naar Engeland af te reizen. En zo stappen zij op 16 oktober, samen met nog 23 onderwijskundigen uit ons Samenwerkingsverband, vol verwachting in het vliegtuig. Yvette: ‘Mijn collega-docent Engels had me in de tussenliggende periode overstelpt met verhalen over het inclusieve onderwijs in de Londense wijk Newham, dus ik was inmiddels behoorlijk nieuwsgierig. Hoe dóen ze dat dan en wat zouden wij ook kunnen toepassen op onze eigen school?’

De ontdekkingsreis kon beginnen.

Eén passie, één missie

De eerste twee dagen bezocht het reisgezelschap in kleine groepjes drie middelbare scholen en op de laatste dag nog eens twee scholen. Wat daarbij vooral opviel was de passie waarmee alle docenten over hun werk spraken, vertelt Yvette. ‘Zij vinden het vanzelfsprekend dat ze de zorg hebben voor alle kinderen in hun klas, ongeacht hun ondersteuningsvragen. Dat was fantastisch om te zien. Ze dragen ook allemaal dezelfde visie uit. Het maakte niet uit wie we een vraag stelden, de boodschap was overal gelijk. Daarnaast vertelde een van de directeuren dat hij rond zes uur steevast een rondje maakt langs de lokalen om de docenten naar huis te sturen. Hoe mooi, dat iedereen zich zo met hart en ziel inzet. Ik denk ook dat het nodig is. Voor een transitie als deze heb je de hele school nodig.’

Denken van uit inclusie, niet vanuit diversiteit

Richard: ‘Wat mij het meest is bijgebleven is ons bezoek op de tweede dag aan Forest Gate. Voor in de klas zat een jongetje met een vorm van autisme. Hij viel echt op, maar de jongen deed gewoon mee met de les als onderdeel van de groep en niet als een apart individu. Er was wel een extra docent in de klas, speciaal voor deze jongen, maar die was ook beschikbaar voor de rest van de klas. De docent had bovendien een gave interactie met hem. Wij zouden zo’n situatie best lastig vinden, maar op deze school denken ze duidelijk in oplossingen.’ Ook Lieke zag een dergelijk voorbeeld. ‘Op de eerste school die ik bezocht werd een jongen voor de deur afgezet door de Social Service. Niks geen ISK voor de eerste opvang; ze bedachten wel een manier. Aan zulke dingen merk je dat hun mindset anders is dan wij gewend zijn. Wij denken al jaren vanuit diversiteit, zij denken vanuit inclusie.’

Vanuit het perspectief van de kinderen

Ook de kinderen zitten op dat spoor. ‘Op een van de scholen gingen we in gesprek met de Leerlingenraad’, vervolgt Yvette. ‘Fantastisch hoe zij over hun medeleerlingen praten, iedereen hoort erbij. Zo kijken ze uit naar de dramalessen, want dan konden ook de meest autistische leerlingen meedoen en kwam er een soort van communicatie tot stand. Daar genoten ze allemaal van. En dat uit de mond van een 14-jarige jongen die vol in de pubertijd zit. Dat is toch gaaf?’

‘Wat wellicht ook meehelpt, is dat het allemaal buurtgenoten zijn. In Nederland hebben we scholen voor praktijkonderwijs, vmbo, havo en atheneum. Ouders en hun kind kiezen dan een school waarvan zij vinden dat die bij het kind past. In Newham staat één VO-school in de wijk en daar krijgen al die niveaus les in een klas. Leerlingen worden dus niet ingedeeld op niveau, maar op leeftijd. Zo stimuleer je het wij-gevoel.’

De bevindingen op een rijtje

Yvette, Lieke en Richard nemen een aantal belangrijke bevindingen mee naar huis die in Newham bijdragen aan inclusiever onderwijs:

  1. Het meenemen van de collega’s maakt alle verschil – je moet het met z’n allen doen.
  2. Breng de ondersteuning de klas in, in plaats van de leerling uit de klas te halen om hem op een andere plek van de juiste ondersteuning te voorzien.
  3. Het scholen van docenten is essentieel zodat vakdocenten naast vakkennis ook voldoende kennis in huis hebben om een leerling met bijvoorbeeld ADHD of autisme goed te begeleiden.
  4. Kleinere klassen en meer beschikbare handen maken meer mogelijk. De docenten worden in Newham echt gefaciliteerd om hun taak uit te voeren.
  5. Durf kritisch te zijn. Zit een docent met de handen in het haar, dan wordt hij in Newham eerst gecoacht.
  6. Tot slot: in Engeland hebben ze weinig tot geen methodes. De eindtermen zijn daarentegen heel duidelijk omschreven, dus een docent weet precies waar een leerling moet uitkomen. Hoe hij dat doet, mag hij zelf weten. En voor bepaalde groepen leerlingen geldt een aangepast PTA. Daardoor hebben leerlingen altijd een eindstreep te halen die past bij hun capaciteiten.

Nu al profijt van betere onderlinge band

Behalve de nieuwe indrukken en ideeën die zijn opgedaan in Newham, heeft de reis ook nog wat anders opgeleverd: versterking van de onderlinge band. De deelnemers hebben elkaar beter leren kennen en realiseren zich meer dan ooit dat ze minder vanuit hun eigen school moeten denken en meer vanuit de leerling. ‘Want als een leerling bij ons niet functioneert, dan kan het zijn dat deze leerling bijvoorbeeld op het Bonhoeffer College of op het C.T. Stork College wel functioneert’, legt Yvette uit. Lieke: ‘Daarnaast kun je tips bij elkaar ophalen. Afgelopen week werd ik al gebeld door een collega die vastliep met een leerling en vroeg of ik wilde meedenken.’ Ook Richard is blij met de uitbreiding van zijn netwerk: ‘Afgelopen week sprak ik met Carla Hilbink van het NEON College om te bekijken hoe we elkaar voortaan beter kunnen vinden. Ons gezamenlijke doel is leerlingen langer in het reguliere onderwijs te houden én leerlingen die zijn uitgestroomd naar het VSO terug te halen zodra dat kan. Als Carla haar expertise uit kan rollen binnen onze school, dan ga je elkaar ergens vinden.’

‘We moeten leren omdenken’, concludeert Lieke. ‘Want als een leerling niet kán ‘afstromen’, word je vanzelf creatief. Wij hebben op onze vmbo-school leerlingen die van de havo komen en die zitten cognitief gezien op de verkeerde plek. Hoe mooi zou het zijn als zij straks in hun eigen klas en op hun eigen school kunnen blijven?’