Inclusiever Onderwijs: Op weg naar kansengelijkheid en verandering

Inclusiever onderwijs

Het komende schooljaar staat voor Samenwerkingsverband VO Twente Oost  in het teken van inclusiever onderwijs. Een ontwikkeling die even interessant als complex is. Roel Haverkort, directeur-bestuurder, vertelt in dit artikel meer over de laatste ontwikkelingen op dat vlak. Hij geeft een toelichting bij de noodzaak en de wens om het onderwijs anders te organiseren en de uitdagingen die daarmee gepaard gaan. Ook vertelt hij wat de eerstkomende periode op de agenda staat.

Aan de slag

Roel: ‘De overheid wil dat het grootste deel van de leerlingen die nu nog naar het speciaal onderwijs gaan in 2035 een plek heeft in het reguliere onderwijs. Daar werken we nu met alle samenwerkingsverbanden in Nederland naartoe. In onze regio hebben we daarnaast nog een stimulans om de beweging van het speciaal onderwijs naar het regulier onderwijs in te zetten. Attendiz, onze grootste aanbieder van speciaal onderwijs, heeft namelijk aangegeven tegen haar grenzen aan te lopen. Zij hanteren sinds het eind van vorig schooljaar een nieuw plaatsingsbeleid en stellen dan een grens aan het aantal leerlingen dat ze kunnen opnemen. En dat, terwijl in onze regio het aantal kinderen in het speciaal onderwijs juist toeneemt. We moeten dus aan de slag met elkaar.’

Plannen en maatregelen

‘De omslag die we moeten maken, vereist vooral ontwikkelingen in het reguliere onderwijs zodat scholen in staat zijn een bredere doelgroep van kwalitatief goed onderwijs te voorzien. Maar ook het speciaal onderwijs heeft stappen te zetten. Het Samenwerkingsverband (SWV) verdeelt haar financiële middelen momenteel op een relatief eenvoudige manier, alleen gebaseerd op het aantal leerlingen. Er is echter een groeiende roep om het geld op een meer beleidsgerichte manier te verdelen, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van elke regio en school. Die nieuwe puzzel is echter niet 1-2-3 te leggen. We hebben daarom de hulp ingeroepen van Infinite, een organisatie die kennis heeft van onderwijsfinanciering. Zij onderzoeken momenteel hoe het budget op een meer effectieve manier kan worden verdeeld.’

Op weg naar inclusiever onderwijs

‘Tijdens de laatste bestuursvergadering medio september stond de route naar inclusiever onderwijs centraal. We hebben toen gezamenlijk uitgesproken dat we naar een inhoudelijke verandering willen, gericht op een zo kort mogelijk verblijf van leerlingen in het SO. Dat houdt in dat als een kind naar het SO wordt verwezen, we ook een proces klaar hebben staan waarmee we kijken wat ervoor nodig is om hem/haar weer terug te leiden naar het reguliere onderwijs.

Verder hebben we gezamenlijk de gedachte van meer inclusief onderwijs omarmd, ook al weten we nog niet precies wat we daaronder verstaan. Dat wordt de komende periode een tweede aandachtsgebied: het vaststellen van onze visie daarop. Ook gaan we op basis van de bevindingen van Infinite een soort plan van aanpak maken waar we eind oktober over gaan besluiten. We hebben dus nog geen grote besluiten genomen, maar elke verandering begint met een visie en een ambitie, en die gaan we onderzoeken, vaststellen én uitdragen!’

Good practices

‘We gaan daarvoor ook nadrukkelijk ons licht opsteken in binnen- en buitenland. Bijvoorbeeld bij het Matrix College in Drachten. De situatie daar is nog lang niet ideaal – je kan die het best omschrijven als een VSO-school binnen een reguliere VO-school – maar je kunt het wel zien als een interessante tussenstap. Ook van het buitenland kunnen we leren. Landen die wat dunner bevolkt zijn of minder vormen van speciaal onderwijs hebben, zijn door die omstandigheden al langer gedwongen om regulier en speciaal samen te brengen. Goede voorbeelden zijn IJsland en Scandinavië. En in oktober gaan we met een groep, met daarin vertegenwoordigers van alle scholen, naar een wijk in Londen. Ook daar zijn ze door omstandigheden al heel erg ver: hoe doen ze dat, waar lopen ze tegenaan? Daar gaan we van leren.’

Complex, maar nodig

Is dit vraagstuk complex? Ja. Maar het is ook nodig. Voor mij heeft inclusiever onderwijs alles te maken met kansengelijkheid, met meedoen met de samenleving. Na schooltijd is er namelijk ook geen reguliere én een speciale samenleving. Iedereen moet meedraaien in de samenleving zoals die is. Onderwijs speelt daar een hele belangrijke rol in. Dat je al vroeg leert omgaan met elkaar, je leert verhouden tot elkaar, dát is mijn drijfveer. Helaas zijn er geen grote knoppen waar we aan kunnen draaien; dit is een kwestie van de lange adem. Zo zit aandacht voor speciaal onderwijs niet standaard in de lerarenopleiding. En met meer ondersteuningsvragen in de klas hebben kleinere klassen de voorkeur, maar scholen krijgen nu al de bezetting niet rond.

Tegelijkertijd vinden we met z’n allen wel dat dit de juiste weg is. En dus we organiseren we studiedagen, netwerkbijeenkomsten, een OGEN-dag, een dag met bestuurders en schoolleiders en bezoeken we andere scholen. Allemaal bedoeld ter inspiratie en inhoudelijke kennisdeling om de beweging naar inclusiever onderwijs te maken met elkaar en te leren van elkaar. Met als uiteindelijke doel: kwalitatief hoogwaardig onderwijs voor ieder kind.’