Inclusiever onderwijs als ontwerpopgave

Afgelopen voorjaar belandde het boek Maakkracht in de handen van Marjan klein Rot, adjunct-directeur van ons Samenwerkingsverband. Marjan: ‘Wat mij direct aansprak in het boek was de uitnodiging om maatschappelijke opdrachten vanuit andere, meer creatieve invalshoeken te bekijken. De stap van passend onderwijs naar inclusiever onderwijs is zo’n maatschappelijke opdracht, dus ik raakte getriggerd. Wij zijn als Samenwerkingsverband bijna 10 jaar onderweg en kijken erg vanuit ons eigen perspectief. Logisch, maar als je hetzelfde blijft doen als je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. Dit lijkt een goed moment om nieuwe paden te bewandelen. Het boek laat met veel voorbeelden zien dat de echte maakkracht zit in de mensen die onderdeel zijn van een systeem, simpelweg door een eerste stap te zetten zonder meteen een einddoel voor ogen te hebben.’ Marjan nodigde Jetske uit voor een lezing.
In dit artikel krijg je een korte samenvatting van Maakkracht inclusief drie tips om de overgang naar inclusiever onderwijs aan te pakken.
De visie van een architect
Jetske van Oosten is opgeleid als architect, maar is ook schrijver, impactontwerper, adviseur en programmamaker. Zij maakt zich sterk voor een meer geïntegreerde manier van denken en handelen, dwars door sectoren en domeinen heen. Samen met Tabo Goudswaard schreef ze het boek Maakkracht dat laat zien hoe iedere betrokkene deel kan uitmaken van veranderprocessen en zo complexe systemen in beweging kan krijgen. Jetske werkt als onafhankelijk adviseur voor uiteenlopende opdrachtgevers in de zorg, welzijn, onderwijs en ruimtelijke ordening.
Inclusiever onderwijs als ontwerpopgave
Jetske: ‘Inclusiever onderwijs is belangrijk en urgent, maar ook ongrijpbaar omdat het zoveel thema’s raakt. Het vraagt bijvoorbeeld om aanpassingen in de manier van lesgeven, om nauwere samenwerkingsverbanden tussen scholen en zorg- en welzijnsinstellingen, om fysieke toegankelijkheid van de school, maar ook om waarderen dat we allemaal anders zijn en juist daarin gelijk zijn. Vanwege die complexiteit zie ik inclusiever onderwijs als een ontwerpopgave. Het is te groots om ineens met dé oplossing te komen. Wat dan helpt, is om je niet blind te staren op de oplossing, maar een context te creëren, waarbinnen al die veranderingen zich stap voor stap kunnen ontwikkelen. Een omgeving waarbinnen mensen het ook anders durven te gaan doen. En juist dat kunnen ontwerpers heel erg goed. Ontwerpers pakken dergelijke complexe vraagstukken aan door met een nieuw voorstel te komen dat in de alledaagse praktijk getest kan worden, om te kunnen ontdekken of het werkt of niet. Een goed ontwerpvoorstel blijft niet bij een idee. Het gaat gepaard met hele kleine praktisch mogelijkheden om samen met anderen te verkennen wat het voorstel voor alle betrokkenen betekent en op kan leveren. Die aanpak past heel goed bij het vormgeven van inclusiever onderwijs..
Project Multiform van Gabriel Fontana
‘Een mooi voorbeeld is Multiform, een sociaal design project waar de gymles als startpunt werd genomen om te onderzoeken hoe activiteiten op school onze denkwijzen en sociale interacties al vanaf jonge leeftijd beïnvloeden. Stel dat we tijdens de gymles minder competitie en meer de samenwerking stimuleren, hoe zou dat dan zijn? Kostuumontwerper Gabriel Fontana ontwierp daartoe een balspel inclusief een bijbehorend tenue. Tenues met dezelfde kleur vormden samen een team. Na een kwartier volgde een fluitsignaal, waarna de kinderen één flap van hun tenue over het hoofd trokken en daarmee hun tenuekleur veranderden. Daarmee veranderde ook de samenstelling van de teams. Na afloop bespraken ze met elkaar hoe ze deze manier van teamvorming hadden ervaren en hoe het was om steeds wisselende teamgenoten te hebben. Door te doen en na afloop de ervaringen te delen leerden de leerlingen beter samen te werken en kwam er ook meer begrip voor gevoelens van uitsluiting en erbij willen horen. Dat betekent niet direct dat alle gymlessen voortaan helemaal anders zouden moeten worden gegeven. Wel liet het project zien hoe waardevol het is eens iets anders te proberen en hoe die ervaring het gesprek over inclusiviteit kan verrijken.
Inspireren en flow creëren
‘Bij de ontwikkeling naar inclusiever onderwijs bevinden schooldirecteuren zich in een uitdagende situatie’, vervolgt Jetske. ‘Enerzijds moet het onderwijs gewoon doorlopen, de druk op het onderwijs is heel groot. Anderzijds moeten de directeuren ruimte creëren om uit te zoeken hoe dat inclusiever onderwijs eruit moet komen te zien. Niemand weet namelijk al hoe het moet. Die ruimte creëren begint met het losmaken van energie. Want als je eenmaal de flow voelt, is het makkelijker om in actie te komen. Ik noem dat maakkracht, de kracht die vrijkomt wanneer we nieuwe manieren vinden om te handelen naar dat wat we werkelijk belangrijk vinden. Op 12 april mocht ik voor alle schooldirecteuren van het Samenwerkingsverband een inspiratiesessie houden die ik doorspekte met allerlei voorbeelden van maakkracht. Vervolgens zijn we met elkaar in gesprek gegaan: waar zie jij kansen om een begin te maken? Ik weet dat het maken van een begin heel overweldigend kan aanvoelen. Daarom is het belangrijk om de eerste stap kleiner en misschien ook wat speelser te maken. Dat zie je ook vaak bij ontwerpers, die brengen graag humor in.’
Deze drie stappen brengen inclusiever onderwijs dichterbij
- ‘We zijn allemaal bezig met dezelfde puzzel, zelfs als het een ander onderdeel van inclusiever onderwijs betreft (de inrichting van het schoolgebouw, de lesvormen, de ondersteuning enzovoort). Dus zoek elkaar op en versterk elkaar. Al die aspecten verbinden ons.
- Het gevoel dat je eerst moet weten waar je naartoe gaat voordat je een eerste stap kunt nemen is vaak niet helpend. Durf je kwetsbaar op te stellen en toe te geven dat we het antwoord niet weten, maar dat we dat samen gaan onderzoeken. Trial en error.
Vier de verschillen. De omslag naar inclusiever onderwijs maakt iedereen vanuit zijn eigen context. Laat iedereen daarin zijn eigen rol spelen. Als Hans opmerkt dat iets niet goed gaat en aan de bel durft te trekken dan hoeft hij niet ook degene te zijn die meteen met een idee komt hoe dan wel. En wanneer Aisha wél een idee heeft, dan zit Koen misschien wel te springen om het uit te proberen in zijn klas. Je hebt mensen die de juiste vragen stellen, mensen die creatief zijn en mensen die durven te experimenteren. Zie hoe de ander beweegt en waardeer dat. Zo helpt het ook dat je je hoofd eens in een andere sector om de hoek steekt. Vraag bijvoorbeeld een politieagent hoe hij het zou doen.’