‘Mensen kunnen meer dan ze denken’ – een interview met pensionerend directeur Genio Ruesen

Genio Ruesen

Jij stapte in 1981 als afgestudeerd geschiedkundige het onderwijs in. Wat valt je op als je die tijd vergelijkt met het onderwijs in 2023?

‘Dat het een wereld van verschil is. Het onderwijs is altijd al het brandpunt van de samenleving geweest waar veel maatschappelijke verlangens en wensen worden neergelegd. Daarnaast veranderen ook de kinderen. Daar heb je op te acteren. Met de technieken van de jaren ‘80 zou ik het nu niet meer redden. Je moet met je organisatie en de bekwaamheid van je docenten daarin meegroeien. Het lijkt wel een eeuwigdurende verandering, maar tegelijkertijd geef je in de kern altijd een tijdgebonden antwoord op de basisprincipes van onderwijs en de ontwikkeling van kinderen.’

Waarin zit voor jou de charme van je werk?

‘Dat zit ‘m in de mensen. Ze zijn de lol van mijn werk en, eerlijk is eerlijk, soms ook de sores van mijn werk. Maar het samen iets neerzetten vind ik heel motiverend. Daarnaast dient het onderwijs de toekomstige samenleving. Jonge mensen kunnen zich op scholen en op hun eigen manier oriënteren op wat voor mens ze willen zijn. Dat mogen begeleiden voelt als een enorm voorrecht. Natuurlijk ben je als directeur een afgeleide van de mensen die het daadwerkelijk doen. Maar dat ik daar onderdeel van mag zijn vind ik geweldig. Gesprekken met leerlingen zijn de leukste gesprekken die er zijn.

Werken op het Bonhoeffer College betekent bovendien dat ik dat werk mag doen binnen een uitdagende school in een uitdagende stad. Enschede vormt een alleszins dynamische omgeving met veel armoedeproblematiek. Het is hartstikke fijn om aan die uitdagingen te werken met mensen in je eigen school, met andere scholen en met de gemeente en collega-besturen en de ondersteuning die je daarin krijgt. Passend onderwijs is in Enschede ook heel belangrijk. Toen ik hier kwam, moest dat nog helemaal worden ingevoerd. Dat ging uiteraard niet zonder slag of stoot, maar nu staat er iets binnen het Bonhoeffer waarmee we de leerlingen goed bedienen en daar heeft Enschede ook weer baat bij, want de meeste leerlingen blijven hier wonen. In het Samenwerkingsverband komt al dat Passende Onderwijs samen. Ik haal veel plezier uit al die verschillende componenten en de dynamiek die dit met zich meebrengt.’

Stel nou dat met het begin van je pensioen al je herinneringen aan het onderwijs gewist worden op één na. Welke zou je dan willen behouden?

‘Het allerleukste moment in mijn carrière vond ik misschien wel toen ik lesgaf in 4 havo en mijn eerste autistische leerling in de klas kreeg – dat was nog ver voor Passend Onderwijs. Goh, wat maakte ik mij daar veel zorgen over. Kon ik dat wel, had ik wel geduld genoeg, had ik wel het goede equipment? Ik wist ook niet welke vorm van autisme hij had. In de zomervakantie bereidde ik me voor door allerlei kennis en materialen bij elkaar te sprokkelen en daar ging ik. Ik probeerde eerst een paar lessen wat uit en observeerde: waar slaat-ie op aan en waar niet? Hij bleek slechts licht autistisch te zijn en reageerde verrassend goed. Dat was voor mijn zelfvertrouwen heel fijn, maar het was meer dan dat. Het voelde als een omslagpunt. Ik realiseerde me dat we veel meer kunnen dan we denken.’

Je hebt in al die jaren verschillende ontwikkelingen voorbij zien komen. Welke daarvan heeft in jouw ogen de meest positieve impact gehad?

‘In 2014 kwam Passend Onderwijs. Dat vond ik toen een bijzonder positieve ontwikkeling, maar het is nu alweer normaal, dus alle ontwikkelingen zijn tijdgebonden. Binnen het Bonhoeffer College zijn we ondertussen begonnen de stap te zetten naar inclusiever onderwijs. Zulke ontwikkelingen vind ik vooral positief omdat ze mensen laten groeien. Dan hoor je links en rechts mensen aangeven dat dit hen boeit en enthousiasmeert. Geef hen de ruimte en dan komt er iets. En wat ik op dit moment een erg mooie ontwikkeling vind, is de invoering van gespreid leiderschap waarbij elke medewerker zijn rol pakt. Dat leidt tot proactiviteit en erkenning van iemands kunde waardoor in de school een nieuw soort dynamiek ontstaat. Ik denk dat die ontwikkeling door blijft gaan.’

Waar heb je bij docenten het meest bewondering voor?

‘Dat zij een enorme dosis uithoudingsvermogen hebben, want als je lesgeeft, dan moet je dat voor de volle 100 procent doen. Met humor, met bevlogenheid en taakgericht − er moet tenslotte een niveau gehaald worden − maar ook met doelgerichtheid in de vorming van hun leerlingen. Het gaat niet alleen om de vakinhoud, maar ook om het leren rekening te houden met elkaar, bepaald gedrag te stimuleren of juist te beheersen met behoud van het eigen karakter. Docenten die dat kunnen en voor elke leerling de goede route weten te vinden, daar heb ik mateloze bewondering voor.’

Wat zou jij onderwijzend Nederland nog willen meegeven voor je afzwaait?

‘Als ik iets zou moet zeggen is het: houd de humor erin. Het motto van het Bonhoeffer College is: Geef, Groei, Geniet. Bewust in die volgorde. Leerlingen geven lol, uitdaging, humor. Ja, zelfs een dwarse leerling is leuk! Bekijk het luchtig. En natuurlijk zijn er hartstikke serieuze issues en hebben sommige leerlingen het zwaar. Maar ook zij zijn gebaat bij een positieve, optimistische kijk.

Verder realiseer ik mij goed dat ik vanuit een leuke positie pensioneer en dat ik dat te danken heb aan heel veel mensen. Aan al mijn leerlingen die ik heb gehad en al mijn collega’s die ik in mijn werkverbanden ben tegen gekomen. Zij hebben mij op deze plek gebracht, dus bij deze: dankjewel!’