WEL in Ontwikkeling zet thuiszitters in beweging

WEL in Ontwikkeling

Het aantal jongeren dat leerplichtig is, maar desondanks geen onderwijs volgt, is verontrustend hoog. Thuiszitters verdwijnen bovendien nogal eens van de radar, dus het werkelijke aantal is waarschijnlijk nog hoger. Tijd om in te grijpen, vond de overheid en riep WEL in Ontwikkeling in het leven. De eerste stap is het in gesprek gaan met deze kinderen en hun ouders om hun verhalen boven tafel krijgen: wat is hier nou eigenlijk aan de hand? Ook de Samenwerkingsverbanden PO Twente Oost en VO 2302 doen mee. In dit artikel lees je er alles over.

Op verzoek van de overheid

We vragen Jaap van Petegem naar de hoed en de rand en naar de landelijke ontwikkelingen rondom WEL in Ontwikkeling (WiO). Jaap is Sparringpartner bij Gedragswerk en vanuit die rol nauw verbonden aan dit project en bovendien specifiek gekoppeld aan regio Twente. Jaap: ‘WEL in Ontwikkeling richt zich dus op het in beweging krijgen van jongeren met een afstand tot onderwijs. Het gaat er niet om ze weer terug in de schoolbanken te schuiven. De focus ligt op het stimuleren van beweging, op persoonlijke ontwikkeling op wat voor manier ook. Het project is een initiatief van het ministerie van OCW en het ministerie van VWS. De twee ministeries trokken drie organisatie aan de jas om het project op de rails te zetten: Zorg voor Jeugd, Ingrado (koepel van leerplichtambtenaren) en Gedragswerk (een groep mensen die zich inzet om thuiszitters weer richting het onderwijs te krijgen.)’

Landelijke ontwikkelingen

‘Het traject is een jaar geleden van start gegaan met drie proefregio’s; inmiddels hebben 102 samenwerkingsverbanden zich aangesloten bij WEL in Ontwikkeling. Elk samenwerkingsverband krijgt financiële ondersteuning om bijvoorbeeld een projectmedewerker aan te stellen. In ruil daarvoor haalt ieder samenwerkingsverband bij minimaal vijf jongeren het verhaal boven water en deelt die met de landelijke projectorganisaties. Op die manier beschikken wij straks over 500 verhalen waarop we een beleid kunnen baseren. In Rotterdam leverde de eerste oproep gelijk 50 namen van jongeren op. Dan moet je selecteren. In tegenstelling tot Twente, waar het verrassend genoeg moeilijk blijkt te zijn om vijf verhalen te vinden, terwijl we zeker weten dat ze er zijn. Daarom is het goed dat daar nu ook een projectmedewerker zit, Francis Lassche, die het WiO-project gaat aanjagen.’

Best wel spannend

‘WiO gaat erom dat jongeren zich toch ontwikkelen ook al hebben ze de aansluiting met het onderwijs gemist of zijn ze die verloren. Het mooist zou zijn als we in de komende maanden een 23-jarige dj vinden die vanaf z’n twaalfde niet meer naar school is geweest, maar nu miljoenen verdient. Het is dus een best wel spannende ontdekkingstocht, want wat betekent dat voor ons onderwijssysteem?

Maar de realiteit is natuurlijk dat er vooral veel tragiek in deze verhalen zit. Meisjes en jongens die thuis op hun zolderkamer zitten te gamen en te blowen en de aansluiting met de wereld kwijt zijn, maar ondertussen wel idealen hebben. We willen voorkomen dat zij in een vluchthuwelijk of uitkeringssituatie terechtkomen, terwijl hun levensdromen in een hoekje liggen te verstoffen. Hoe mooi zou het zijn als OCW en VWS op basis van die 500 verhalen besluiten hun regelgeving aan te passen zodat er hybride vormen van onderwijs mogelijk zijn? Dit project is een eerste aanzet om verder te kijken dan de geijkte onderwijsroutes.’

Een succesverhaal

‘Neem nou Kees − in het echt heet hij anders hoor. Kees deed niks anders dan op z’n zolderkamer gamen. Ook zijn ouders kregen geen gehoor bij Kees: hij weigerde om ook maar één stap buiten zijn kamer te zetten. Het contact met de leerplichtambtenaar en de school liep erop stuk. Ik kreeg de casus voorgelegd en besloot dat als Kees niet naar buiten wilde, ik wel naar Kees zou komen. Ik schoof een briefje onder zijn slaapkamerdeur door met de tekst: Ik ben Jaap en ik wil graag met je praten. Even later ging de deur open. Het was ’s avonds 21.00 uur, niet mijn gebruikelijke werktijd, maar als het moet, dan moet het. En als je nu naar Kees kijkt… na enkele gesprekken liet Kees weten dat hij open stond voor werk bij een manege en daar werkt hij nog steeds met veel plezier. Het gaat nu zoveel beter met hem.’

Tips & tricks voor leerkrachten en andere onderwijsprofessionals

‘Mijn advies aan de onderwijswereld is kort maar krachtig: blijf in gesprek. Met jongeren en met hun ouders. Ik weet het: bij sommige ouders denk je ‘daar gaan we weer’, maar realiseer je dat het mensen zijn met een kind waarover zij zich zorgen maken. Ze voelen zich onmachtig. Dus luister naar hun verhalen en ga ermee aan de slag. Datzelfde geldt voor jongeren. Voel je verantwoordelijk, ook al kijken nog zes andere professionals met je mee. En kleur eens buiten de lijntjes. Na ruim 50 jaar gewerkt te hebben op de grens van onderwijs en jeugdzorg weet ik dat er vaak veel meer mogelijk is dan je op het eerste gezicht zou denken.’