Twickel College Delden: onderwijs volgt de leerling en niet andersom

Twickel College Delden

Zeg Twickel College Delden en je zegt Route 10-14 Delden, een onderwijsconcept dat de weg van PO naar VO moet versoepelen. ‘Toen ik hier ruim twee jaar geleden kwam, was dit een van mijn opdrachten’, vertelt schoolleider Liduïn Leferink. Inmiddels functioneren vier klassen volgens dit concept, lopend vanaf groep 8 tot en met klas 2. ‘Een behoorlijke transitie voor leerlingen en docenten, maar o zo waardevol. Met Route 10-14 Delden volgt het onderwijs namelijk de leerling in plaats van andersom.’

Een rugzak vol

Liduïn was dertien jaar lang schoolleider op havo/vwo/gymnasium-school Lyceum De Grundel, daarvoor gaf ze leiding aan én les op een school voor voortgezet speciaal onderwijs. Tel daar de leerlingpopulatie van Twickel College Delden bij op – van vmbo t/m vwo – en het is duidelijk dat Liduïn een goedgevulde rugzak met zich meedraagt. ‘Elk schooltype heeft z’n eigen uitdagingen. Los daarvan is onderwijs altijd in beweging. Dat merk ik nu weer. Vroeger was ik als docent veelal aan het woord en zaten de leerlingen in een busopstelling de aangeboden leerstof te consumeren. In de huidige tijd en maatschappij waarin jongeren opgroeien, draait het er veel meer om de leerlingen in een onderzoekende modus te krijgen. Route 10-14 loopt daarin voorop, maar zoiets kost tijd. Helemaal als je niet precies weet wat het resultaat zal zijn over 3, 4 jaar. Maar wij hebben daar alle vertrouwen in.’

In het kort

Bij Route 10-14 starten leerlingen elke dag in de eigen stamgroep die bestaat uit klasgenoten van ongeveer dezelfde leeftijd en een stamgroepmentor. Ze bespreken dan de dag en eventuele bijzonderheden. Vervolgens gaan leerlingen zelfstandig aan de slag op het leerplein met hun eigen planning. De vakdocenten geven veelal een korte instructie, waarna de leerlingen worden uitgenodigd om zelf antwoorden op vragen te formuleren, samen te werken aan opdrachten, kennis en informatie via andere wegen te genereren of te werken aan een project of werkstuk. De vakdocent blijft in dit proces de leerlingen handreikingen bieden en coachen.

De kracht van Route 10-14

Liduïn: ‘De kracht van Route 10-14 maak ik dagelijks mee. Leerlingen werken niet meer voor de ander of voor cijfers, maar voor zichzelf. Coaching is daarbij het sleutelwoord. Aan welke doelen wil een leerling werken deze week, waar gaat hij mee beginnen en wat heeft hij daarvoor nodig? Of dit bij elke leerling past? Ja, ik denk van wel. Het enige waar je op moet letten is dat je de vraag anders formuleert aan een vwo’er dan aan een bbl’er. Door de juiste vragen te stellen komt die intrinsieke motivatie om te gaan leren altijd. Moeten is hier niet een woord. En niveaus evenmin, want daar gaat het niet om. Het gaat om wie je bent en wat je wilt bereiken. En natuurlijk moeten we toetsen en borgen, maar de aanvliegroute is totaal anders.’

Kritisch durven zijn

‘Spannend was en is het wel. We werken vakoverstijgend, leerlingen met een verschillende ondersteuningsbehoefte zitten door elkaar heen en Route 10-14 Delden is nog steeds in ontwikkeling. Het had ook echt wel veel voeten in aarde. In sommige gevallen vond een docent het moeilijk om in deze onderwijstransitie mee te gaan, dan ga je veelvuldig met elkaar in gesprek en kan het zijn dat andere wegen worden ingeslagen. Jammer, maar het biedt ook weer mogelijkheden om nieuwe mensen aan te trekken die volledig achter het 10-14concept staan. Leerlingen kunnen op onze school trouwens ook de reguliere route volgen. Ik ben daarnaast heel waakzaam. We zijn een kleine school en hebben veel oog voor leerlingen, maar ik ben me ervan bewust dat we niet elke leerling kunnen bedienen. Passend onderwijs, inclusief onderwijs: wij staan overal voor open, maar er zijn wel grenzen. Daar moet je kritisch op durven zijn. Het gaat om jonge mensen aan de start van hun leven.’

Onze winstpakker: de begeleide werkplek

‘Ik ben vast niet de eerste die het roept, maar een Begeleide Werkplek is een echte aanrader. Ze is ideaal voor leerlingen die vastlopen op onder andere de executieve functies. We hebben op de Begeleide Werkplek vaste onderwijsassistenten die hiervoor opgeleid zijn. Zij bieden de leerlingen die dat nodig hebben handvatten en de docenten nemen dat weer op in hun lessen. Die begeleiding en hulp vanuit het idee dat de leerling zichzelf weer gaat redden, succeservaringen opdoet en op die wijze leert groeien op cognitief gebied en in persoonsontwikkeling, is heel krachtig.’

Sport+

‘We bieden daarnaast na schooltijd een Sport+ programma. Elke klas kan hier één keer per week gebruik van maken. Sport+ is bedoeld voor leerlingen die veel affiniteit hebben met sport, gezondheid en het organiseren van sportactiviteiten. Er is nu bijvoorbeeld een groep naar Winterberg om te skiën. Dat hebben ze zelf geregeld: het huren van een bus, het uitrekenen en regelen van skihuur, het programma daar. Sport dus, maar wel inclusief de economische, budgettaire en organisatorische kant ervan. Ze organiseren ook sportdagen voor alle scholen in de omgeving. Onze sportdocenten haken graag aan, want leerlingen mogen zelf ook met (onderbouwde) ideeën komen en dan gaan ze bijvoorbeeld mountainbiken of waterskiën. Dat motiveert iedereen enorm.’

Trots op

‘Wat ook motiveert is de nieuwe uitstraling van onze school. Dat hebben we samen met team en leerlingen aangepakt vanuit de gedachte: wat maakt voor deze school dat een leerling kan excelleren? We hebben toen een interieurarchitect laten meekijken. Het gebouw is nu veelzijdig en uitnodigend ingericht. Op de leerpleinen kunnen leerlingen in groepjes, individueel of met een coach gaan zitten. Dat proces verloopt op een rustige manier. De aula is uitnodigend met gezellige meubels waar je een boek kunt lezen, maar ook lekker kunt hangen.

En als ik nog wat mag noemen: het Twickel College Delden beschikt over een fantastisch team dat zich constructief op haar nieuwe rol als coach (in plaats van onderwijzer) heeft gestort. We hebben hiervoor uiteraard ook trainingen/cursussen gevolgd, maar vooral hun inzet betaalt zich nu uit. Ze hebben oog, oor en hart voor leerlingen en onderwijs en weten de juiste snaren te bespelen, waardoor de leerling eigenaar wordt van zijn eigen leerproces. Leerlingen merken dat ze zelf actie moeten nemen en gaan zich daar ook naar gedragen: ze leren niet voor school, maar voor het leven. Dat ik daar een aanjager in mag zijn, vind ik hartstikke mooi.’