Op het Zone.college in Enschede leer je door te doen

Lasapparaten, een lama, een kas vol planten en een kooklokaal. Op het Zone.college maken ze gewoon deel uit van de lesomgeving. De vmbo-leerlingen hier volgen onderwijs op BBL-, KBL- of GL-niveau. Aan het eind van hun tweede jaar kiezen ze voor een van de vijf ‘werelden’ waarin ze zich kunnen ontwikkelen: levend, groen technisch, actief, creatief en gezond. Ondertussen is locatiedirecteur Ben ter Haar de school aan het vergroenen door meer planten in de school te plaatsen. ‘We gaan in de lessen om met levend materiaal, dan is levend materiaal in andere ruimtes zoals de hal en de kantine ook belangrijk. Practice what you preach.’
Persoonlijkheidsontwikkeling
Het Zone.college telt 7 locaties met Zwolle als meest noordelijke en Doetinchem als meest zuidelijke school. In Enschede zwaait Ben ter Haar de scepter. Alfred Kruiskamp is teamleider BBL en teamleider Ondersteuning. Alfred is vooral te spreken over de sfeer op school. ‘Die is echt goed. Je mag hier zijn wie je bent, al kun je uiteraard niet altijd doen wat je wilt. Iedereen heeft zich te houden aan de gedragsregels. Hebben leerlingen toch een conflict of lopen ze gewoon tegen iets aan, dan kunnen ze daarmee terecht bij het Bureau Leerlingenzaken in de hal. Die lossen het dan samen met de leerling op.’ Ben vult aan: ‘Natuurlijk gaat het ook weleens mis, we zijn een stadsschool, maar neem nou ons Halloweenfeest; daar waren vrijwel alle leerlingen en alle docenten bij aanwezig. Het feest is zonder incidenten verlopen, zonder drank en zonder drugs, maar met heel veel plezier en flink veel griezelen. Het was prachtig.’
Leren door te doen
Het VMBO op het Zone.college is een combinatie van theorie en praktijk. Je leert er door te doen. Alfred: ‘Al in leerjaar 1 en 2 krijgen leerlingen iets mee van alle richtingen die ze kunnen kiezen vanaf leerjaar 3: creatief, gezond, actief, levend of groen technisch. Afhankelijk van de leerweg die ze volgen – BBL, KBL of GL – zijn ze daarin meer of minder praktisch bezig. Maar onafhankelijk van die leerweg lopen ze hier allemaal de deur uit met een breed diploma én een specialisatie. Daarna kunnen ze op het mbo alsnog alle kanten uit.’
Eigenaarschap
Ben vervolgt: ‘Wat daar ook sterk mee samenhangt, is eigenaarschap. Zo was de kantine hufterproof gemaakt, maar dat zijn we nu weer aan het terugdraaien. Er komt meer groen in en we gaan er creaties van de leerlingen tentoonstellen. Zij voelen zich dan eerder én intrinsiek gemotiveerd om daarvan af te blijven. En met de leerlingen die de Vakmanschapsroute volgen, hebben we een ontwerp gemaakt voor een wadi naast de school. Je bedenkt dan samen: dit willen we, hoe moet het eruit zien en hoe gaan we dat aanpakken? Daarna hebben zij ‘m ook gemaakt. Dat vind ik mooi.’
Vakmanschapsroute
Die Vakmanschapsroute is een speciale route naar het MBO. Leerlingen volgen dan vanaf klas 3 een leerlijn die in één keer doorloopt naar niveau 2 van het MBO. Ze hoeven daarvoor geen VO-examen te doen. ‘Die route is voor de diepgroene leerling’, legt Ben uit. ‘Het zijn degenen die op hun twaalfde op werkschoenen naar school komen, die de kraan op willen. Deze leerlingen laten we hele projecten doen hier, zoals die wadi: minder school en meer vak. Ze maken en leren dingen die zelfs verder liggen dan niveau 2.’
Het Groene Lyceum
En dan is er nog het Groene Lyceum voor leerlingen met een havo-advies die praktisch zijn ingesteld. Alfred: ‘Hier speelt eigenaarschap een belangrijke rol. Zo organiseren leerlingen zelf de ouderavonden. Ook gaan ze terug naar hun eigen basisschool en geven daar voorlichting over onze school. Zelfs het schoolkamp regelen ze zelf, met uitzondering van de locatie. Van de samenstelling van het programma tot en met het bepalen van wat er gegeten wordt. Eigenlijk gaat de docent alleen mee om een oogje in het zeil te houden. Zo’n kamp is een heleboel trial & error, maar dat is juist mooi. Dan halen ze magnetronworstjes en blijkt dat er helemaal geen magnetron is. Nou ja, dan bakken we ze op. De ervaringen die ze zo opdoen, vergeten ze nooit meer.’
Op eigen benen leren staan
‘Praktisch bezig zijn, past goed bij onze leerlingen. Daarbinnen passend onderwijs bieden lukt grotendeels, maar we zijn er nog niet’, geeft Alfred toe. ‘Ben en ik zijn daarom nu bezig met het reorganiseren van de interne ondersteuning via de inzet van teamondersteuners. Dat zijn specialisten die gericht zijn op het steviger maken van de docent. Een voorbeeld is het geven van orthoconsulttraining om zo het klassenmanagement te verbeteren.’
Ben: ‘Wat voorop staat is dit. Of je nou groen, geel, goed lerend of niet zo goed lerend bent: je hoort erbij, als je tenminste geholpen wil worden. Ook inclusief onderwijs spreekt mij aan, maar ons onderwijssysteem is (nog) niet ingericht op het bedienen van alle kinderen. Je kunt niet je hele school ombouwen voor één leerling met een verstandelijke of bijzondere lichamelijke beperking. Dus dat knelt wel wat. Het is interessant om te kijken hoe men dat in het buitenland aanpakt. Maar waar ik het liefst naartoe zou willen is dat wij leerlingen leren op eigen benen te staan. Groen is zo ontzettend gaaf om meer mee te doen. We hadden hier een jongen die wilde hovenier worden, maar hij was ook geïnteresseerd in windmolens en zonnepanelen. Die crossovers willen we meer gaan maken. Straks werk je misschien met senioren op een boerderij. Wat is dan mooier dat je verstand hebt van een geit én weet hoe je om moet gaan met hulpbehoevende ouderen? Van drainage én van zonnepanelen. Van beesten én van horeca. In de werelden op het Zone.college zit dat al, nu de ministeries en de inspectie nog overtuigen.’