Het normaliseren van genderdiversiteit doe je zo (4 tips)

Genderdiversiteit

‘Toen ik puber was, zat homoseksualiteit nog erg in de taboesfeer. Op school was het al helemaal geen onderwerp van gesprek. Mede daarom hield ik lange tijd mijn gedachten en gevoelens voor me. Dat was moeilijk. Het had al verschil gemaakt als school het onderwerp bespreekbaar had gemaakt.’ Vanwege zijn persoonlijke ervaringen is Thymen Bergman nu coördinator voorlichting en onderwijs van het COC, regio Twente-Achterhoek. COC Twente Achterhoek Het COC geeft voorlichtingen op basisscholen, middelbare scholen en het mbo om de acceptatie van homoseksualiteit en andere genderidentiteiten te bevorderen. In dit artikel legt Thymen uit hoe zo’n voorlichting in elkaar steekt en geeft hij tips om op je eigen school een veilig klimaat te creëren.

Eigen identiteit versus ‘de norm’

De pubertijd draait om de ontwikkeling van de eigen identiteit. Pubers zetten zich af tegen hun ouders, gaan op zoek naar meer zelfstandigheid en ontdekken wie zij zijn ten opzichte van anderen. Tegelijkertijd is ‘bij een groep horen’ enorm belangrijk. Thymen: ‘De mening van je vrienden en klasgenoten telt zwaar. Als zij zich negatief uitlaten over iedereen die niet heteroseksueel is, dan werpt dat een hoge drempel op om je eigen geaardheid te ontwikkelen. Dit speelt op het voortgezet onderwijs meer dan op de basisschool. Daardoor kan het gebeuren dat een kind in groep 8 nog helemaal zichzelf is, maar zich na de eerste weken op het voortgezet onderwijs zich volledig conformeert aan de norm die daar geldt.’

Hoe ziet zo’n voorlichting eruit?

Thymen: ‘We starten altijd met het vertellen van ons eigen verhaal. Echte verhalen wekken vrijwel altijd empathie op, al is homo zijn al bijna saai’, lacht Thymen. ‘Sommige voorlichters zijn transpersoon en dan wordt het echt interessant. Vervolgens leggen we uit hoe mensen in elkaar steken. Dat doen we aan de hand van de Genderbread Person. Daar zal ik zo meer over vertellen. Is er genoeg tijd, dan spelen we een stellingenspel (petje op/petje af). Dit geeft een goed beeld van de mening van de klas en die proberen we uiteraard positief te sturen. Een stelling is bijvoorbeeld: in mijn vriendengroep zit geen homo. Dan gaan er altijd meerdere vingers omhoog. “Weet je dat wel zeker?”, vraag ik dan, “want mijn vrienden dachten dat ook.” Dan zie je ze denken: verrek ja, misschien heb ik het mis. Aan het eind van de les schrijven de leerlingen anoniem een vraag op een briefje en de belangrijkste beantwoorden en bespreken we dan met de klas. Het is heel prettig om je eigen worsteling anoniem in de groep te gooien én dat het gesprek erover wordt geleid door iemand die de meningen van je klasgenoten indien nodig positief beïnvloedt.’

Hoe zit dat met die Genderbread Person?

‘De Genderbread Person is een tool om het veelomvattende concept “gender” in behapbare onderdelen te splitsen. Er zijn vijf onderdelen: genderidentiteit (over hoe iemand zich voelt, afgezet tot welke gendertypes er zijn), genderexpressie (over gedrag), sekse (over anatomische kenmerken), tot wie je je seksueel aangetrokken voelt en op wie je verliefd wordt. Het is geen formule, meer een praatplaatje. Zo identificeert niet elke homo zich hetzelfde en genderexpressie is deels cultureel gebonden. Hoe ik me in Nederland kleedt, kan hier als vrouwelijk worden gezien, maar in Iran als mannelijk. Op de website van Genderbread Person vind je, behalve een Engelstalige uitleg bij dit model, ook een lesprogramma voor een geleide discussie over genderdiversiteit. Het mooie van deze tool is dat je niemand uitsluit.’

Hoe creëer je nou een gendervriendelijk klimaat?

‘Als COC stimuleren we de groei van Gender and Sexuality Alliances (GSA’s) op scholen. In een GSA werken leerlingen met diverse seksuele oriëntaties, genderidentiteiten en genderexpressies samen aan een veilige school voor iedereen. Zo’n GSA wordt vaak geïnitieerd door de leerlingen, maar meestal is er wel een docent bij nodig om toezicht te houden. Een GSA faciliteren zou al mooi zijn. Maar genderdiversiteit normaliseren kan ook heel goed tijdens de les. Bij een vak als biologie ligt dat voor de hand, maar bij wiskunde of economie kan dat bijvoorbeeld via een opdracht als: Twee mannen sluiten een hypotheek af voor hun nieuwbouwhuis; hoe hoog is de maandelijkse rente? Door het óók over twee mannen te hebben in plaats van over een man en een vrouw, maak je het al makkelijker voor een leerling die hiermee worstelt. Vergis je niet in het effect van zulke dingen. Ik had het op mijn school heel fijn gevonden als ik had geweten: bij deze docent is het oké dat ik op mannen val. En tot slot zou ik het mooi vinden als COC Twente-Achterhoek structureel iets kan betekenen binnen scholen in Twente en de Achterhoek. In de tweede klas is de groepsvorming achter de rug en zijn leerlingen al wat verder in de pubertijd. Een mooi moment voor een gastles. Al is er maar één die zich na zo’n les gestimuleerd voelt de eigen gevoelens niet (meer) weg te drukken, dan is dat al winst.’

Wat is uiteindelijk het allerbelangrijkste in een gesprek?

‘In het boek Als je maar gelukkig bent van Jessica van Geel en Robbert Blokland komen bekende Nederlanders aan het woord over hoe het is om homo, lesbienne, queer, gay of bi te zijn. Daarin omschrijft cabaretier Johan Goossens het mooi. Hij zegt: “Steun je kind/de leerling, stel het gerust en maak duidelijk dat het veilig is, dat de manier waarop je degene ziet niet verandert. En erken dat jouw kind/leerling jarenlang met een geheim heeft rondgelopen.” Je hoeft niet overal antwoord op te hebben. Realiseer je vooral − als ouder, vriend, klasgenoot en docent − dat een ander zich anders kan voelen dan jij en durf vragen te stellen.’

Ben je geïnteresseerd in een gastles/voorlichting bij jou in de klas of in een voorlichting voor docenten op jouw school? Neem contact op met Thymen: thymen.bergman@coctwenteachterhoek.nl.